Watson Twins – Talking To You, Talking To Me

Chandra en Leigh Watson, die voor het gemak opereren onder de naam The Watson Twins, verwierven in bescheiden kring bekendheid door hun samenwerking met Jennie Lewis op het aanstekelijke ‘Rabbit Fur Coat’ uit 2006. Op die plaat volgde een EP’tje waarop de meisjes lieten horen dat ze best in staat waren om de spreekwoordelijke eerste viool te spelen. En zo geschiedde.
De eeneiige tweeling openen hun tweede cd ‘Talking To You, Talking To Me’ aangenaam verrassend. Op hun debuutalbum ‘Fire Songs’ (2008) tastten beiden de grenzen van de Americana en de blue-eyed soul al heel fraai af (luister maar naar het adembenemende drieluik ‘Sky Open Up’, ‘Bar Woman Blues’ en ‘Only You’: bijna dertien minuten kippenvel), hier overschrijden ze met de aan Blondie schatplichtige openingstrack ‘Modern Man’ die grenzen en trekken ze dee lijn op een even geslaagde als smaakvolle manier door.
Dé exponenten van de muzikale verruiming van de Watson Twins lijken mij ‘Harpeth River’ en ‘Forever Me’ te zijn, twee soulvolle songs die beginnen als tracks van Portishead, met de nadruk op de schitterende keyboards van Bo Koster (My Morning Jacket) en de ronduit fabelachtige zang van Chandra en Leigh. Beide nummers koppelen de sensualiteit van Joan As A Policewoman aan de intensiteit van Cat Power.
Maar de muzikale exploratiedrang gaat nog verder. Op ‘Talking To You, Talking To Me’ putten de Watson Twins stijlvol uit blues en soul met ‘Midnight’ (wéér die grandioze keyboards van Bo Koster), en ‘Calling Out’ en ‘Give Me A Chance’, twee heerlijk slepende songs die ik in Utopia maar wat graag gecoverd zou zien door de veel te vroeg gestorven Dusty Springfield. Er is elegante sixties pop (‘Saving You’, ‘Tell Me Way’, ‘U N Me’). En uiteraard ook altcountry met het ontroerend mooie ‘Snow Canyons’.
In welk muzikaal domein de Watson Twins zich ook begeven, zélfs al neemt de song de contouren aan van een ogenschijnlijk luchthartig popdeuntje, het krijgt na meerdere beluisteringen niet alleen een gouden randje: elk nummer bezit dat onmiskenbare Watson-DNA. Dat specifieke geluid gloorde al op hun debuut, hier komt het tot volle ontplooiing dank zij kristalheldere en fonkelende harmonieën, uitgelezen songs, uiterst getalenteerde begeleiders en twee producers (Russell Pollard en J. Soda) die het toch al ijzersterke materiaal van een bijkomende schittering voorzien.


