
Het indelen van kunst in specifieke genres en, eventueel, subgenres biedt een groot deel van het publiek overzicht en duidelijkheid. Die behoefte om eender welke vorm van artistieke expressie te definiëren leidt daarnaast ook nog eens tot een soort houvast dat ervoor zorgt dat je je evenwicht niet verliest in het immer uitdijende aanbod. Tegelijk doet het de artiest(en) in kwestie vaak ook tekort. Want was de diepbetreurde Jimi Hendrix nou een blues-, rock-, hard rock-, pop- of rhythm & bluesgitarist? Of was hij gewoon een geweldig getalenteerde muzikant die elke afbakening oversteeg?
Toen Allison Moorer in 1998 debuteerde met ‘Alabama Song’ werd ze door de Amerikaanse muziekkritiek gemakshalve ingedeeld onder de noemer ‘neo-traditionalist country’ en werden er parallellen getrokken met het werk van onder meer Tift Merritt en Kim Richey. En daar viel best wat voor te zeggen, voor dát album op dát moment. Want twaalf jaar later blijft er van dat etiket niets meer over.
Op ‘Crows’, Moorer’s achtste album in twaalf jaar, wordt het diegenen die behoefte hebben aan een heldere ordening er niet gemakkelijker op gemaakt. Moorer profileert zich namelijk ruim drie kwartier lang als een bekwame songschrijfster die zich weinig gelegen laat aan genres en de daarmee vaak gepaard gaande begrenzingen. Ze volgt hiermee in de voetsporen van haar oudere zus Shelby Lynn die zichzelf door de jaren heen ook een ruimere horizon heeft verworven.
In tegenstelling tot in haar oudere werk, vertrekken Moorer’s composities hier grotendeels vanuit de piano en dat biedt een heel ander perspectief dan een akoestische gitaar. Het lijkt haar dan ook meer dan ooit te doen om het passende samenspel van de pracht, de esthetiek, de zeggingskracht en de melodie van de songs, een aanpak waarin ze met glans slaagt. Het begint al met de ingetogen schoonheid van ‘Abalone Sky’, een van de mooiste nummers uit het toch al indrukwekkende songbook van Allison Moorer. Daarin verwoordt ze op poëtische wijze hoe ze omgaat met de pijn van een definitief verlies (Moorer was erbij toen haar vader haar moeder neerschoot en daarna zelfmoord pleegde): ‘Lead me to the ledge and let me / Dangle from a limb / I just hang on, hear me praying / oh no not again’.
Maar altijd gloort er iets van hoop in Moorer’s songs, ondanks titels als ‘Goodbye To The Ground’, ‘Broken Girl’, ‘Should I Be Concerned’ (een andere absolute uitschieter op ‘Crows’), ‘Still This Side Of Gone’ (kippenvel gegarandeerd!) of ‘Sorrow (Don’t Come Around)’. Die hoop is bijna tastbaar in ‘The Stars And I (Mama’s Song)’ een even eenvoudige als ontroerende ode aan haar moeder en ‘It’s Gonna Feel Good (When It Stops Hurting)’: ‘If the blues has you convinced the end is certain / Be strong ‘cause it’s gonna feel good when it stops hurting’.
‘Crows’ is een zorgvuldig geslepen diamant waarop producer R.S. Field de accenten precies zó legt dat Allison Moorer haar niet geringe talenten als zangeres, muzikant en songschrijver tot in de fijnste nuances kan etaleren.
Zoals ik dit lees Martin wordt deze Moorer een verplichte aankoop – correct?
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat “dit is niet wat we gewend zijn te horen van Moorer” de grootste drijfveer is van meerdere reviews tot nu toe. Martin trekt zoals vaker gewoon zijn eigen spoor.
Mijn eigen ervaringen met Moorer tot nu toe. Ja ik heb in het verleden wel eens albums van Allison Moorer gehoord maar die gingen min of meer langs mij heen zoals de hele “Neo traditionalist country” stroming.Ik maakte kennis met Moorer via het Duel album. Ik viel meteen voor die prachtige stem en die begeleidingsband die her en der als Crazy Horse klonk.
Daarna negeerde ik straal Getting Somewhere wegens nietszeggend en glad en van Mocking Bird nam ik notitie zonder het album te kopen.
Daarna komt mevrouw met Crows op de proppen en ja dan hoor ik superieure pop-folk gezongen door een mevrouw die zo heerlijk kan “smachten en smelten” met haar stem. Ja dan ga ik genadeloos voor de bijl. Dan klinkt Crows meesterlijk en kijk ik met enige verwondering naar de ontreddering van sommige anderen. Ik zou inderdaad zeggen, verplichte aankoop.
Wel knap, dat er in 1998 al paralellen met Tift Merritt getrokken konden worden, aangezien diens eerste plaat pas in 2002 uitkwam. Maar goed, kniesoor die daarop let.
Een tour zal er waarschijnlijk even niet in zitten, met een kleine Earle op komst, dus dan moeten we het maar met de cd doen. En die zal, net als alle voorgaande, door mij blind worden aangeschaft.
Ik begrijp je opmerking, Marcel. Merritt was al jaren vóór haar eerste plaat een zeer gewaardeerde muzikante met een uitstekende en veelbesproken live-reputatie. Dat bedoelde ik met ‘werk’. Gelukkig bestaan artiesten niet énkel bij de gratie van eventuele cd’s.