
De vorige plaat van Ryan Bingham, Roadhouse Sun, werd niet overal even geestdriftig ontvangen. Dat kwam onder meer doordat Bingham koos voor een wat bredere aanpak dan op zijn officiële debuut Mescalito, terwijl het contingent teleurgestelde scribenten blijkbaar had gehoopt op de remake van dat album. Wat best vreemd is want als pakweg Van Morrison voor de zoveelste keer dezelfde plaat maakt, verzuchten die lieden dat hij nu wel eens met iets anders mag komen. Waarom bij de ene wel en bij andere niet, vraag ik me dan af.
Het zij zo. Sinds kort ligt Junky Star namelijk in de platenzaak, een cd waarmee Bingham mij laat teruggrijpen naar de laatste zin van mijn bespreking van die vorige plaat: ‘Ryan Bingham heeft met Roadhouse Sun de top van zijn kunnen nog niet bereikt, maar hij is verdomd goed op weg’.
Dit door T-Bone Burnette geproducete plaatje is de perfecte smeltkroes van Binghams vorige werk, al ligt de nadruk hier wat meer op de akoestische gitaar. Iets wat overigens ook het geval was op de nieuwe cd van John Mellencamp. Het feit dat Burnette ook daar de productie in handen had, is daar allicht niet vreemd aan.

Binghams stem, naar mijn idee een van zijn krachtigste wapens, is in vergelijking met vorig jaar nog rauwer en rasperiger geworden en past als gegoten bij zijn observaties die soms zeer ontluisterend zijn. De voorbije twaalf maanden heeft Bingham zich, samen met zijn Dead Horses, viermaal in de rondte getoerd en wat hij tijdens die vele duizenden kilometers heeft gezien, hóór je in de songs op Junky Star.
Zo is er de groeiende radeloosheid aan de schaduwzijde van de Amerikaanse droom in het fantastische The Poet, de moeizame zoektocht naar een eigen identiteit in het gloeiend hete Strange Feelin’ In The Air, de uitzichtloosheid in de heerlijk slepende murder ballad Junky Star, de liefde als ultiem redmiddel in Depression, over dromen die nooit zijn uitgekomen in het slepende Self-Righteous Wall, de mentale vadermoord in All Choked Up Again (‘When you’re raised in a bucket of rain / You either die or you swim’) en de eenzaamheid van de grote stad in Lay My Head On The Rail en Yesterday’s Blues, twee van de mooiste songs op dit album.
Junky Star is een plaat waarop je de invloeden van Springsteen, Dylan, Earle, Jennings en Van Zandt in elke ademtocht en elke zweetdruppel bespeurt en daar is absoluut niks mis mee. Want als Bingham op dit album al iets bewijst dan is het dat hij zijn plaats mag opeisen in de hoogste regionen van de Americana.