
Terwijl heel ver in de achterhoede de almaar saaier wordende discussie blijft voortwoeden of de inmiddels 65-jarige Eric Clapton nu wél of géén bluesmuzikant is (is een champignon een paddenstoel?), blijft het onderwerp van dat dispuut gestadig voort werken aan zijn toch al imposante oeuvre. Oké, daar zitten stinkers tussen, maar noem mij eens een artiest of kunstenaar met een vergelijkbare carrière bij wie dat niet het geval is.
Het is intussen alweer vijf jaar geleden dat er nog een Clapton-cd met origineel materiaal verscheen en die laatste plaat, Back Home, was niet bepaald een hoogvlieger. De kans dat Clapton dat zelf ook begrepen had, is niet louter denkbeeldig want sinds 2005 zagen er, afgezien van het duoalbum The Road To Escondido met JJ Cale, enkel nog wat compilaties het daglicht. Vijf jaar lang ‘zwijgen’ als je niets relevants te melden heb, ik kan het heel wat acts van harte aanbevelen. Zeker als het leidt tot het soort muziek dat ‘de man die ooit god werd genoemd’ op zijn nieuwste album Clapton maakt. Noem het herbronning, noem het de zaken op een rijtje zetten, noem het wat je wilt: na zijn zelfgekozen inactiviteit levert de beste Engelse bluesgitarist van de voorbije eeuw een van zijn beste platen af.

Toen Eric Clapton en coproducer Doyle Bramhall II de studio binnen stapten, hadden ze naar eigen zeggen een compleet andere plaat voor ogen dan het album dat nu in de winkel ligt. Misschien is dat maar goed ook want Clapton is een plaat die teruggrijpt naar het verleden en dat is toch de omgeving waarin ol’ slowhand het best tot zijn recht komt. ‘I never liked young kid’s music,’ zei hij ooit, ‘I like old people’s music. When I look for what I’m going to listen to, I go backwards.’ Bij dat teruggaan naar vroeger krijgt Eric Clapton steun van fraai volk als JJ Cale, Jim Keltner, Willie Weeks, Walt Richmond, Steve Winwood, Wynton Marsalis, Sheryl Crow, Allen Toussaint en Derek Trucks, een even indrukwekkend als getalenteerd rijtje grote namen.
Hoewel er niet één slecht nummer op dit album staat, leverden een aantal luisterbeurten toch een handjevol hoogtepunten op. Openingstrack Traveling Alone is er daar een van. Lekker gemeen gitaartje, heerlijke rockdrive en Clapton die zeer goed bij stem is. Crazy About You Baby, een fantastische cover van de Sonny Boy Williamson song, uiteraard ook. Evenals het scheurende Rolling And Tumbling, dat een ouderwets felle Clapton laat horen en herinneringen aan Derek & The Dominos oproept. En het ingetogen Autumn Leaves, in 1945 geschreven door Jacques Prévert en twee jaar later vertaald door Johnny Mercer, sluit het rijtje af.
Mag de titel Clapton dan geen toonbeeld van inspiratie zijn, het is wél een vlag die de landing perfect dekt. Nadat eerder al Ian Hunter, Peter Wolf, Mavis Staples en Bettye LaVette bewezen dat je in de rockmuziek best waardig en stijlvol ouder kunt worden, laat ook Eric Clapton zien en horen dat er geen vervaldatum op kwaliteit staat.