RSS

Don Henley anno 1985: “Don’t Touch Me Stranger”

Een grauwe dag in de winter van 1985. Don Henley, bruin van de zon in Californië, kijkt naar buiten en ziet hoe de mensen hoog in de kraag gedoken voorbijschuiven, kouwelijke gezichten in de kleur van sneeuw. Hij zit op een hotelbed, niet ver van het bisschoppelijk paleis in Den Bosch en wacht op het interview met een journalist, die juist op dat moment aanklopt. Don Henley lijkt niet erg blij met het bezoek. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen. In de categorie deprimerende ambiances scoort deze hotelkamer met z’n vergeelde behang en tuttig meubilair erg hoog. Het is een vreemd gevoel om iemand van wereldfaam als Don Henley  in deze wereld zonder glans aan te treffen. Al even vreemd vind ik het dat hij me volgens het meisje van de platenmaatschappij te woord wil staan. Daar lijkt het overigens niet erg op.  Don’t touch me stranger, I’m dangerous – zo is ongeveer zijn uitstraling.

Henley was van 1971 tot 1980 drummer en zanger bij The Eagles. Een hoofdpijnband: te veel moeilijke karakters bij elkaar. Vaak ruzie in de tent. Samen met Glenn Frey schreef hij in 1977 ‘Hotel California’ en zong dit nummer met zijn fragiele stem hoog de mondiale hitparades in. Het werd een megasucces van inmiddels mythische allure, maar heeft een akkoordenschema dat toch verdacht veel lijkt op ‘We Used To Know’ van Jethro Tull.

Als ik hem tref, is Henley al weer vijf jaar bezig met een solocarrière . Aanvankelijk wilde dat niet echt vlotten, maar toen in februari 1985 leek het hem voor het eerst in lange tijd weer voor de wind te gaan. Zijn single ’The Boys of Summer’ verkocht erg goed in de States en nu was Europa aan de beurt.

“Ja, het leven is prima als solo-artiest”, steekt Henley van wal,  maar kijkt daarbij alsof hij het tegenovergestelde bedoelt. “Ik heb absoluut geen heimwee naar mijn tijd bij de Eagles. Beduidend minder ruzie tegenwoordig. Ik hoef die mensen ook niet meer zo nodig te zien. Ze hebben het trouwens veel te druk.” Erg positief klinkt het niet. Een van ‘die mensen’ is Joe Walsh. Samen met Don Felder verzorgde hij het kenmerkende gitaarwerk op ‘Hotel California’. Walsh heeft net een nieuw album uit, een goede gelegenheid om de crisisbestendigheid van Don Henley te testen…

“Waarom heeft Joe Walsh jou eigenlijk niet gevraagd voor z’n nieuwe album?”vraag ik pesterig, heel goed wetend dat Walsh de toenmalige vriendin van Don Henley (Stevie Nicks dus) heeft ingepalmd, een situatie die tot grote spanningen binnen de Eagles leidde.

Henley is in een klap helemaal wakker. “Joe drives me crazy!”zegt hij knarsetandend. “Zal ik hem een voor jou beschrijven? Joe is een interessante verzameling mensen. Een paar daarvan zijn wel leuk, maar de andere Joe’s…” Henley huivert. “Ik zie hem liever niet dan wel. Ik kan onmogelijk met Joe Walsh werken. In interviews heeft die lul dingen gezegd die mij helemaal niet aanstaan. Alsof hij recht van spreken heeft. Hij is getrouwd met een vrouw waar hij al zeven jaar bij was, kreeg bij haar een baby, een meisje, liet die vrouw vervolgens in de steek voor Stevie Nicks. Volgens mij is dat niet erg slim, maar ze verdienen het om bij elkaar te zijn. Want Stevie Nicks is interessante verzameling vrouwen, en een paar daarvan zijn wel leuk…”

Henley perst er een dun lachje uit en informeert of we het niet beter over z’n nieuwe solo-album kunnen hebben. We praten daar enige tijd over, het bekende loze gebabbel, niet de moeite waard om te onthouden. Aangezien Henley weinig aandrang vertoont om uit te weiden over zijn perikelen bij de Eagles, wordt het tijd voor crisistest nummer 2… 

Ik vertel hem dat ze in Engeland weinig goede woorden over hebben voor de Westcoastsound, die daar als zwaar verouderd wordt gezien. “Wat een onzin”, barst Henley los. Hij spuwt de woorden met vulkanische woede uit. “Er wordt genoeg nieuwe muziek gemaakt in L.A. Er gebeurt een hoop bij ons, in tegenstelling tot in Engeland. Daar komt de laatste tijd toch vooral rommel vandaan. Muziek van mensen met mooie kleren, die helaas absoluut niet muzikaal zijn. Neem nou zo’n Spandau Ballet, bah, wat een shit. Met alleen een opvallend kapsel ben je er natuurlijk niet als muzikant. Als je een interview met een band als de Thompson Twins leest, dan merk dat die lui alleen maar over mode kunnen praten. Muzikaal stelt die band helemaal niks voor. David Bowie is een van de weinigen die nog wel o.k. is, al wordt hij wel steeds luier. Dat laatste album van hem is niet veel bijzonders.”

Het is even stil, dan volgt een nieuwe blikseminslag. “Ach, al dat gelul in die Engelse muziekblaadjes, je word er niet goed van. Weet je wat het met hen is? Die Engelsen haten alles wat aan ze vooraf ging. Dus moeten ze mij ook niet. Wat geeft het. Ze hebben pas recht van spreken als ze het net zo lang als mij weten vol te houden.”

Opeens zag ik een oude man zitten op dat hotelbed, Don Henley, nog maar 37 jaar oud. Inmiddels is het een kwart eeuw later. De herenigde Eagles staan aan de vooravond van een grote tournee. Met Joe Walsh op gitaar en Don Henley achter de drums. Is het met de Eagles soms net zo als met Hotel California, waar je hartelijk wordt ontvangen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het niet mogelijk is om te vertrekken. Je zit er levenslang.

Tekst: Sjoerd Punter


3 Comments Add Yours ↓

  1. Leo #
    1

    Als een fragiele stem hetzelfde is als een wereldstem, dan snap ik de weergeven typering…. Lezenswaardig artikel, trouwens Sjoerd. The Eagles worden tegenwoordig te vaak ten onrechte afgeserveerd…. Zeker in hun beginperiode waren deze heren, met Henley als spil, zeer de moeite waard. Wat Henley betreft: luister nog ‘ns naar het titelloze album van Shiloh uit 1969 (Amos Records).

  2. CUJO #
    2

    En luister en passant ook nog eens naar zijn eerste soloplaat, I Can’t Stand Still. Destijds verguisd maar bij nader inzien een pareltje.

  3. Josh Peeters #
    3

    Wereldster die Don H.
    ,,The heart of the matter,, is z,n beste song.
    Don zegt hierover: ,,It took me 42 years to write and 4 minutes to sing,,.

    Hoeveel artiesten zijn zo sterk!!



Your Comment