RSS

Julian Lennon : “Mijn Vader Was Mijn Vriend”

Julian Lennon was 21 toen ik hem sprak. Inmiddels is de zoon van John en Cynthia Lennon 47. Hij is nog steeds bezig met zijn definitieve doorbraak in de muziekbusiness. In 2011 verschijnt zijn zesde poging, het album ‘Everything Changes’.

We worden overspoeld met kinderen van beroemdheden die in de voetsporen van hun vader willen scoren in de muziekbusiness. Zo probeert de zoon van Bob Dylan carrière te maken door zich Jacob Dylan te noemen, maar hij heet natuurlijk gewoon Jacob Zimmerman. Julian Lennon had ook het voordeel van een beroemde achternaam. Zonder dat hij ook maar één keer had opgetreden, drong Julian in 1984 met het zelf geschreven nummer ‘Too Late For Goodbyes’ door in de Engelse toptien. Daarna moest ‘gidsland’ Nederland worden veroverd. Zo kwam het dat ik in het Amsterdamse Sonesta-hotel tegenover iemand kwam te zitten die uiterlijk heel erg op zijn vader leek, maar door zijn stiefmoeder consequent werd geboycot. Tot dusver had ze geweigerd Julian financieel te ondersteunen, hoewel de Japanse vampier toch schatrijk was. Julian kreeg te horen dat hij aandenkens aan  zijn vader maar op een veiling moest aanschaffen… Ik probeerde Julian hierover aan de praat te krijgen, maar het bleek niet zijn favoriete onderwerp. Sterker nog, hij wilde er helemaal niets over zeggen. Gelukkig kwam het allemaal nog goed.

Zoals gezegd, verbluffend hoe Julian op zijn vader leek, maar dan wel de oerversie, nog niet bedorven door te harde drugs en te veel succes. Gewoon een jongen zoals je ze overal kunt tegenkomen. Nog met beide benen op de grond, en misschien een klein beetje stout. Omdat hij een Lennon was, had de platenmaatschappij hem Phil Ramone, een van de beste producers van dat moment,  toegewezen. Het was geen enkel probleem dat er in vijf verschillende studio’s acht maanden werd gewerkt aan het debuutalbum ‘Valotte’. Het budget was zelfs zo ruim dat Phil Ramone zich bij de productionele werkzaamheden kon laten assisteren door tien assistenten. Hollywood-icoon Sam Peckinpah regisseerde de videoclips. Het album leverde uiteindelijk twee toptien-hits op.

Het interview begon veelbelovend. Julian stak een enthousiaste lofrede af over het aantal sigaretten dat hij aantrof in zojuist aangevoerde pakje van Nederlands fabricaat – “25? Fantastic!” – en bracht er één tot ontbranding. Behulpzaam schonk hij mij een biertje in. Verderop stond een geopende fles champagne te verpieteren, maar daar had Julian geen belangstelling voor. In tegenstelling tot zijn vader verafschuwde hij alcohol. M’n eerste vraag lag voor de hand. Natuurlijk wilde ik weten hoe hij het vond om steeds met zijn vader vergeleken te worden. Julian glimlachte mild. “Als je tien interviews achter elkaar heb gedaan, begint dat inderdaad te vervelen. Ik hoop dat jij meer aandacht hebt voor de nutteloze figuur die tegenover je zit. Toch praat ik graag over John. Hij is nog steeds mijn grote voorbeeld. Ik heb hem nooit als zo’n klassieke vader gezien, hij was mijn vriend. Toen ik elf was liet hij me meedrummen in het nummer ‘Ya-Ya’ op zijn album ‘Walls And Bridges’. Helaas had hij mij dat niet verteld, haha.”  Een andere grote vriend was Paul McCartney. Toen John Lennon zijn jeugdliefde Cynthia verliet om nooit meer terug te komen, was Julian vijf jaar. Speciaal voor hem schreef McCartney toen ‘Hey Jules’, een titel die later veranderde in ‘Hey Jude’.

Hier en daar hoorde je de suggestie dat op Julian’s eerste album zijn stem technisch was gemanipuleerd zodat die hetzelfde klonk als John Lennon. Dat was grote onzin: de jongen die tegenover me zat leek niet alleen op John Lennon, je hoefde je ogen maar te sluiten en je hoorde John Lennon.

Bang voor een nieuw Beatlemania, nu geconcentreerd op zijn persoon, leek Julian niet te zijn. “Ik ben erg gesteld op mijn privacy. Na deze promotietour trek ik me weer terug. Ik wil geen commerciële publieke figuur worden, zoals Boy George. Ik ben gewoon een songwriter die in alle rust wil werken.” Je hoorde hem bijna zeggen: “En dan geef ik ook geen interviews meer”, maar daar was Julian veel te beleefd voor.

Het gesprek duurde niet veel langer dan één glas bier, maar het was toch wel een bijzondere ontmoeting. Ik vreesde het ergste voor deze kalme verschijning. Sluimerde daar geen wanhoop onder de oppervlakte, de vrees dat je nooit uit de schaduw van je vader zult kunnen komen? Een gevangene van een verleden waar je part noch deel aan hebt? Ik wist het niet. Vandaar dat ik Julian een beetje ging volgen.

Hij zou nooit meer het succes van ‘Valotte’ evenaren. Zijn tweede album verscheen in 1986, werd enthousiast in de pan gehakt door critici, maar verkocht redelijk en leverde ook de hit ‘Stick Around’ op. Na nog wat pogingen stapte Julian in 1991 uit de muziekbusiness, om zich over te geven aan allerlei hobby’s, zoals lekker kokkerellen, iets waar John Lennon tijdens zijn leven nooit op betrapt is. In 1999 verscheen het album ‘Photograph Smile’, maar het werd nauwelijks verkocht. Julian lag er niet wakker van. Hij ontplooide activiteiten in allerlei richtingen. Was te zien in films. Stortte zich in de internetbusiness. Produceerde een documentaire over de speciale band van een Australische aboriginal-stam met walwissen. De film kreeg diverse prijzen en bereikte zelfs het filmfestival van Cannes. Ik leefde mee met Julian. Fijn dat het nu wel lukte. Ik was duidelijk voor niets ongerust geweest.

Kort geleden, op 8 oktober 2010, zag ik hem weer op scherm, gloriërend maar toch heel relaxed. Op de zeventigste verjaardag van zijn vader opende hij in New York zijn tentoonstelling ‘Timeless: The Photography Of Julian Lennon’ met 35 briljante foto’s. Het was een gedenkwaardige gebeurtenis: voor het eerst waren Yoko Ono, Cynthia Lennon en May Pang (de drie liefdes van John Lennon) samen in een ruimte te zien. En wie stond daar op de achtergrond glimlachend toe te kijken? Uiteraard Julian Lennon. Dit was zijn finest hour.

 

Tekst: Sjoerd Punter       

 


Your Comment