RSS

Harry Muskee: “Mijn Beroep Is Het Leven”

 

 

Harry Muskee is de eerste bluesmuzikant die wordt opgenomen in de Dutch Blues Hall of Fame. Over gebrek aan waardering hoeft de zanger zich niet te beklagen. Hij is Ridder in de Orde van Oranje Nassau, drager van de Erepenning van de stad Assen en winnaar van de Culturele Prijs van de provincie Drente. En in Grolloo, waar het allemaal begon, staat zijn borstbeeld. In 1988 zag de wereld er nog heel anders uit voor Harry Muskee.  

Het decor was een Oostblok-achtig flatgebouw aan de rand van Assen. De straat was genoemd naar een componist van wie de naam altijd verkeerd werd uitgesproken. Het was volop winter en de wind was verlammend koud. Huiverend begaf ik mij naar de zesde verdieping, waar de flat van Harry ‘Cuby’ Muskee zich bevond. Men had mij gewaarschuwd dat hij wellicht niet open zou doen, want met Harry wist je het immers nooit. En nu al helemaal niet, want opnieuw had een vrouw hem in de steek gelaten, de blonde bitch ging er met gitarist van zijn band vandoor. Dus zit Harry Muskee, man met een gehavende ziel, thuis. De inkomsten zijn sterk teruggelopen. Ik zie hem in de keuken naast de voordeur in een lege koelkast turen. Hij schrikt als hij de bel hoort, maar herinnert zich gelukkig onze telefonische afspraak. De deur gaat op een kier open, en een hoofd met wanordelijk gegroepeerd haar kijkt me aan. Een grote hond staat kwispelend naast hem. 

Geen stoelen in de woonkamer, wel veel ruimte om te liggen.  Grote kussens op de vloer. We nemen plaats. De hond komt er bij liggen, laat een scheet en sluit vergenoegd de ogen. De zanger bevestigt dat hij zich momenteel in een ligperiode bevindt. “Vooral nu het winter is heb ik de neiging als een mol in een holletje te kruipen en daar niet meer uit te komen. Ik lig het liefst in bed. Lezen doe ik ook alleen in bed. Soms ga ik er om elf uur in en dan lees ik gemakkelijk tot vijf uur door. Ik ben nu bezig met ‘Ein klingendes Glas’, de biografie van Rainer Maria Rilke. Verder doe ik eigenlijk niets.”  

Over de recente problemen met het ontrouwe vrouwvolk praat hij liever niet. Muziek is beter dan tranen. Somebody stole my baby but they can’t steal your best baby away because that’s the blues…  “De blues, dat is het leven”, zegt Muskee. “Ze vragen me wel eens wat voor ’n beroep ik heb. Professor in the life zeg ik dan altijd. Mijn beroep is het leven. Blues is natuurlijk geen vetpot en zal het ook nooit worden. Dat is ook inherent aan de soort muziek die in feite gaat over mensen die het niet gemaakt hebben. Ik ken veel bluesmannen uit de States, bekende namen, die je over dezelfde dingen hoort. Zij hebben het eigenlijk nog slechter dan wij in Nederland. Honger lijden als je geen optredens hebt, achtervolgd worden door deurwaarders. Wie zich met de blues bezighoudt, moet zich gewoon met het minimale tevreden kunnen stellen.”

Zo’n twintig jaar later is Harry Muskee de bezitter van een tweede huis op Curaçao, staat in Grolloo een borstbeeld en vraagt zijn band de hoofdprijs voor een optreden. Geen vieze jeugdcentra meer, maar het pluche van de theaters…

Gelukkig wist Muskee in 1988 niets van dit alles. Dus kon hij ongeremd doorklagen. Als een dieselmotor was hij langzaam op gang gekomen, maar nu draaide hij toch op volle toeren. “Hilversum? Bah, daar kom ik nimmer. Er worden nog wel platen van mij uitgebracht, maar die kun je alleen op zorgvuldig geheim gehouden plaatsen aanschaffen. Mijn platenmaatschappij is namelijk erg lui. Ik zeg wel eens als ik optreed: dit nummer is van onze nieuwe elpee. Ren naar de winkel want het is nu al een collector’s item, haha. Op deze manier komt het natuurlijk nooit goed met mijn pensioenvoorzieningen. Dat is niet mijn schuld. Je denkt gewoon: ik maak een plaat en die geef ik dan aan lui die er geld aan verdienen in de veronderstelling dat ze er iets goeds mee doen. Helaas doen ze het meestal ronduit slecht. Dus zijn het in feite dieven van eigen portemonnee. Bij de grote maatschappijen moet je niet zijn, want die doen alleen nog maar het grote werk. Aan het eind van de maand bekijken de managers de verkoopstaten en als jouw cijfers niet goed genoeg zijn word je gewoon gedumpt. Daarom zeg ik: goeie waar krijg je niet in de supermarkt, daarvoor moet je naar een speciaalzaak.”

Harry Muskee had als image dat de blues van de Blizzards werd gemaakt in een boerderij in Grolloo, een Drents dorpje met slechts één café. Hoe kon het dan hij zeshoog in een flat woonde en alleen buiten de stad werd gesignaleerd als er moest worden opgetreden? “Dat Drentse image was vooral een idee van de platenmaatschappij. Ze hadden een zorgvuldig script opgesteld, waarin ondermeer stond dat ik op een boerderij in Grolloo moest wonen. Ik heb dat ook een paar jaar gedaan. Ik sliep in de bedstee. ’s Winters was dat behoorlijk afzien. Gelukkig was het café vlakbij. Net als de andere jongens van de band, ben ik een echte stadsjongen. Ik woon al weer een jaar of vijftien in deze flat. Af en toe wandel ik met mijn hond om de flat, en dat is het dan wel. Ik vind het hier in Ass’n wel goed. Hier kun je makkelijk in afzondering leven. Ik hou er niet zo van om mensen om me heen te hebben. Alles wat niet nodig is moet weg. Ik heb de omgang van andere mensen beperkt tot het minimum.”

Verloedering ligt uiteraard op de loer. Harry kent het gevaar van dichtbij. Eelco Gelling, zijn voormalige stergitarist, is daar het voorbeeld van. Verkaste van Assen naar Den Haag, werd gitarist bij de Golden Earring, maakte één tournee mee in Amerika. Werd toen de band uitgegooid, omdat hij een  monkey on his back bleek te hebben. “Ik ben de Blizzards begonnen met Eelco en heb heel lang samen met hem op het podium gestaan. Ik heb hem de band moeten uitzetten vanwege de drugs. De laatste keer dat hij met ons meeging was naar een optreden in Duitsland. Hij kwam ladderzat aan. We moesten hem onder zijn gitaarkoffer het land binnensmokkelen, want hij had geen paspoort. In de zaal waar we optraden wilde hij acht flessen Chivas Regal uit de bar stelen. We zeiden natuurlijk dat die flessen moest laten staan, want anders zouden er zeker problemen komen. Wat bleek op de terugweg? Hij had die acht flessen toch meegenomen. De politie stond ons bij de grens al op te wachten. We hebben daar een hoop gedonder mee gehad. Dat was het einde.” Peinzend: “Mensen kunnen diep zinken. Hier in Ass’n hebben we een muzikant die aan de drank is geraakt en nu loopt te bedelen. De schaamte voorbij weetjewel. Maar van mij krijgt hij nooit wat.” De betrokken muzikant is in 2001 op straat overleden. Ook Herman Brood, eens de pianist van de Blizzards, is ten onder gegaan aan de drugs. Hetzelfde gold voor Tim Hardin, die in 1988 opeens in de Nederlandse top-10 stond. Harry Muskee was een groot bewonderaar van deze geniale Amerikaanse singer-songwriter, auteur van songs als ‘If I Were A Carpenter’, ‘Reason To Believe’, ‘Don’t Make Promises’ en ‘The Lady Came From Baltimore’. Een  overdosie heroïne maakte in 1989 een eind aan het leven van Tim Hardin. Hij werd niet ouder dan 39. Het nieuws dat de dode Tim thans in de top-10 stond, had Muskee nog niet bereikt. Hij toonde zich aangenaam verrast. “Eindelijk is ie doorgebroken. Leuk dat hij er weer is! Er is dus toch nog rechtvaardigheid. Een jaar of tien geleden is hij hier in Ass’n nog eens in het Cultureel Centrum ‘De Kolk’ opgetreden. Het ging toen al behoorlijk slecht met hem. Hij kwam te vroeg aan. Het was zondagmiddag. Het koffieconcert was net afgelopen. En zo belandde Tim aan de bar tussen allemaal oudere dames. Die hadden nog nooit zo’n vreemde Amerikaan gezien en gaven hem allemaal iets te drinken. Dus Tim was dronken toen hij ’s avonds moest optreden. Hij viel op het podium in slaap achter de piano. Ik werd er toe op uitgestuurd om wat stimulantia te regelen. Nou, dat werkte. Tim begon als een razende tekeer te gaan. Hij leek de hele nacht door te willen spelen. Eigenlijk was het intriest, maar tegelijk had het iets fascinerends. Later is Tim met ons meegegaan naar de flat. Hij ging op de grond zitten en zei dat ie hoopte dat we Engels verstonden. Het nummer heette ‘Rodeo Cowboy’ en ging over een cowboy die constant uit het zadel werd geworpen. Een diep tragische song natuurlijk. Eigenlijk ging het over hemzelf. Ondanks al die prachtige songs die hij heeft geschreven, stond Tim er altijd naast. Iedereen verdiende aan zijn muziek, behalve hijzelf. Het bekende verhaal natuurlijk.”

Inmiddels zijn we 22 jaar later. Muskee woont niet meer in een flatje, maar zes kilometer verderop in Rolde aan de rand van een bos. Een mooi huis is het. Zijn vriendin heeft een hondenuitlaatcentrum. Regelmatig kan men Harry met zijn roedel blaffend over de heide zien trekken. Hij is 69, maar treedt nog regelmatig op. Dit voorspelde hij in 1988: “Ik ga ermee door tot ik er bij neerval, desnoods stap ik helemaal gecomputeriseerd het podium op. Misschien kan het zo geregeld worden dat de apparatuur op het podium staat en dat ik vanuit de kleedkamer met een glas whisky naast me tot jullie kom.”

Tekst: Sjoerd Punter


3 Comments Add Yours ↓

  1. Kees Zwaan #
    1

    Zojuist vernomen dat Harry/Cuby is overleden.

    Hij was een groot deel van mijn leven.
    Ikzelf ben van ’48
    Ik zal hem nooit vergeten.
    Harry rust in vrede.
    Kees zwaan

  2. 2

    Harry Muskee was een vriend van de mensen.
    Een echte gever ik heb 2x in mijn leven kort contact met hem gehad. Voor mij als bluesmuzikant heeft hij mijn leven verijkt. Een onmiskenbare inspiratiebron.
    Rust zacht.
    I’m Gary 60 years and still doing that blizzard thing.

  3. 3

    Prachtig artikel Sjoerd, 2 van mijn helden beiden zijn er helaas niet meer, Tim Hardin en Harry Muskee bedankt voor jullie heerlijke muziek!!



Your Comment