RSS

Pokey LaFarge ontpopt zich als gedreven bandleider

Pokey LaFarge rondde zijn Europese tour vorige week af met een concert in het openluchttheater Caprera in Bloemendaal. Een feestelijk afscheid, waarbij bleek hoezeer hij de afgelopen tijd hij gegroeid is als artiest. Dat belooft wat voor zijn volgende album. 

 

(photo: Sean Russell)

Pokey LaFarge is er de man niet naar om snel geïrriteerd te raken, maar hij houdt er niet van als zijn muziek als ‘retro’ wordt afgedaan. In het ene na het andere vraaggesprek legt hij uit dat zijn nummers – een smaakvolle combinatie van swing en ragtime muziek, vroege jazz, folk, country en bluegrass – moet worden gezien als tijdloze, klassieke Amerikaanse muziek. Muziek die niet ‘retro’ is maar van alle tijden. Muziek van vooroorlogse artiesten als Jimmie Rodgers, Bob Wills en Bill Monroe – stuk voor stuk artiesten die zeker bij leeftijdgenoten van de vroege dertiger LaFarge zo goed als vergeten zijn, maar die volgens Pokey ook nu nog een breed publiek kunnen aanspreken.

En het moet gezegd: Pokey LaFarge weet met zijn muziek allerlei mensen aan zich te binden. Wat heet, elk concert is weer een belevenis. Wie hem de afgelopen jaren gevolgd heeft, weet dat hij niet alleen liefhebbers van rootsmuziek en andere muzikale fijnproevers trekt, maar ook mensen die een avondje vermaakt willen worden. Afgelopen week was het weer raak, in het openluchttheater Caprera in Bloemendaal. Het is dat er geen dak was, anders was dat er zeker afgegaan! Jonge hipsters (mannen met woeste baarden en houthakkershemden, vrouwen in petticoats), kleurloze veertigers en vijftigers, en bejaarden: Pokey slaagt er met zijn band in ze allemaal op de stoelen te krijgen. Met zijn eigen nummers – zeker met zijn lijflied Central Time, zijn YouTube-hitje La La Blues en zijn Call the Doctor, een luchtige aanklacht tegen het Amerikaanse gezondheidsstelsel. Maar ook de nummers van zijn oude helden – zeker The Devil Ain’t Lazy van Bob Wills en Riverboat Shuffle van Hoagy Carmichael – blijken in de uitvoering van Pokey LaFarge en zijn band (The South City Thee, tegenwoordig uitgebreid met drie blazers) worden gul onthaald op handgeklap, voetgetik en meegezing.

Heeft Pokey LaFarge dus gelijk dat zijn muziek eerder tijdloos is dan retro? En is dat ook de reden dat elk optreden weer zo’n feest is? Toch niet helemaal.

Duivels

Pokey LaFarge maakt zeker geen retro-muziek, althans niet in de zin dat hij oude nummers in de oorspronkelijke stijl probeert na te spelen. Maar zijn muziek is ook niet helemaal tijdloos, minder dan hij doet voorkomen tenminste. Alleen al de combinatie van stijlen die hij toepast (van zwarte bluessongs tot blanke musicalnummers) zou in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw ongehoord zijn. De manier waarop Pokey LaFarge zjn nummers uitvoert helemaal.

(photo: Sean Russell)

Vergelijk Pokey’s uitvoering van The Devil Ain’t Lazy maar met het origineel van zijn idolen Bob Wills and his Texas Playboys en je hoort meteen het verschil. Het tempo ligt bij Pokey hoog en gejaagd – duivels, bijna. Nog opvallender is het verschil in zangstijl. Bob Wills is een mooizanger in de school van Bing Crosby. Best aardig, maar vooral hopeloos ouderwets. In de zang van Pokey LaFarge klinkt eerder de ongeschoolde, gepijnigde stem van Hank Williams door. Een stem die veel beter aansluit bij de smaak van deze tijd. Pokey is kortom eerder iemand die heel knap traditionele muziek nieuw leven weet in te blazen dan iemand die tijdloze muziek maakt. In die zin is Pokey juist heel modern.

Cartoonfiguur

Helemaal van deze tijd is zijn presentatie, iets waar artiesten zich pas sinds de opkomst van de televisie echt mee bezig houden.

Pokey LaFarge heeft op het podium de uitstraling van een popster – alles ‘klopt’ aan hem, muziek en uiterlijk zijn met elkaar in overeenstemming. Hij klinkt niet alleen als een muzikant die zich de fijne kneepjes van de muziek uit de jaren twintig en dertig heeft eigen gemaakt, hij ziet er ook zo uit: een cartoonfiguur bijna, met zijn gepommadeerde haar, zijn dustbowl-hoofd en zijn maatpakken.

One Town At A Time sluit hij af met een aardige Elvis Presley-imitatie, geknield op de grond en de ene arm naar de hemel gestrekt. Ook zoekt hij contact met zijn publiek – veel meer dan een afstandelijke bandleider als Bob Wills of een stijve hark als Jimmie Rogers. Uitgebreid gaat hij in op wat een huwelijksverzoek lijkt aan clarinetist Chloe Feoranzo: “Ze wil graag Nederlands staatsburger worden. Maar we komen niet op de bruiloft spelen, zo’n band zijn we niet.” Tijdens het concert begroet hij vrienden uit Rotterdam en reageert hij op opmerkingen uit het publiek.

Perfecte setting

Na afloop neemt hij ruim de tijd om iedereen die met hem op de foto wil te woord te staan. En journalisten krijgen de tijd om te interviewen, zij het dat een echt gesprek met hem moeilijk is aangezien fans om de haverklap aanklampen dat het zo’n geweldig concert was: ‘In de open lucht: de perfecte setting voor jouw muziek. Daarom was het zo goed. Moet je vaker doen’, adviseert de ene fan. ‘Uniek dat jij die oude Amerikaanse muziek in leven houdt. Monumentenzorg en restauratie – dat kennen ze in de VS verder helemaal niet. Doorgaan zo’, raadt een andere fan aan. Pokey staat ze allemaal welwillend te woord. Een beveiligingsbeambte moet de mensen wegjagen voordat er een serieus gesprek mogelijk is. En als je hem dan eindelijk toch te spreken krijgt, blijkt eens te meer hoe goed Pokey LaFarge heeft nagedacht over wat hij eigenlijk wil met zijn muziek en met zijn carrière.

De afgelopen maanden is hij van leadzanger annex gitarist al uitgegroeid tot een echte bandleider. Zijn sound is door de toevoeging van de drie blazers veel voller dan vroeger en de arrangementen veel rijker en zijn bandleden krijgen op het podium ook veel meer de ruimte om in solo’s te schitteren (en dat doen ze, vooral de mondharmonicaspeler Ryan Koenig weet het publiek knap te bespelen). Dat belooft wat voor de toekomst. In elk geval zal dat vollere geluid zeker terugkeren op zijn nieuwe, voor september geplande album, zegt LaFarge desgevraagd. “En ga ervan uit dat ik zelfs drums toevoeg!”

Betekent dat ook dat hij in grotere zalen zal gaan spelen, iets wat nu door de semi-akoestische opzet van zijn muziek helemaal niet mogelijk is? Het ligt voor de hand: Pokey LaFarge is zo langzamerhand zo populair dat hij rijp lijkt voor grote zalen, voor stadions zelfs. Jammer zou het wel zijn, aangezien daarmee veel subtiliteit van zijn muziek verloren zou gaan.

“Maar dat zie ik dan wel weer. Het betekent voor mij al heel wat dat ik een zaal als Paradiso kan uitverkopen. Zakelijk gezien zou het natuurlijk goed zijn om in nog grotere zalen op te treden. En ik ben ook een zakenman – je moet wel zakelijk zijn, wil je als muzikant in de huidige tijd overleven. Maar ik laat me zeker niet door geld leiden; zakelijke motieven zijn voor mij minder belangrijk dan artistieke. De muziek gaat voor alles. I’ll go where the music takes me.”

www.pokeylafarge.net

(Jan Bletz)


Your Comment