RSS

Sam Baker: Dol op Nederland

 

 

“Vertel eens iets over Sam Baker dat we nog niet wisten”, vraagt een bezoeker van deze site. Een begrijpelijke vraag, want inderdaad, over Sam Baker hoor je altijd hetzelfde verhaal. Het is ook nogal een verhaal: over hoe hij een bomaanslag overleefde, maar wel zijn gehoor aan zijn linkeroor kwijtraakte en linkshandig gitaar moest leren spelen. Maar over Sam Baker valt veel meer te vertellen. Over zijn liefde voor Nederland, bijvoorbeeld.

Wie over Sam Baker schrijft, ontkomt er niet aan zijn levensgeschiedenis te vertellen. De Texaanse Sam Baker overleefde in 1986 – hij was toen 32 – een bomaanslag die het Lichtend Pad pleegde op de trein waarin hij op weg was naar Machu Picchu (Peru). Drie mensen (vader, moeder en zoon) met wie hij de coupé deelde kwamen om. Baker raakte zwaar gewond: een doorboorde dijbeenslagader, een verbrijzelde linkerhand en gescheurde trommelvliezen.

Opmerkelijk genoeg is hij door die aanslag – dankzij die aanslag, kun je zelfs stellen – muzikant geworden.

Tot dan toe had zijn leven weinig richting. “Ik vind weg- en waterbouwkunde fascinerend. Een van de redenen dat ik Nederland zo hoog heb zitten, is dat jullie over zulke goede civiele ingenieurs beschikken. Kijk maar hoe jullie de zee hebben overwonnen. Wij kunnen niet aan jullie tippen – de recente overstroming van New Orleans bewijst dat eens te meer”, zegt Baker. “Achteraf gezien was ik graag ingenieur geworden, net als mijn beide grootvaders. Maar ik heb een opleiding bedrijfskunde gedaan. Ten tijde van de aanslag in Peru bouwde ik appartementen.”

Pas na de aanslag, tijdens een langdurige herstelperiode (Baker heeft 17 operaties ondergaan) begon hij opeens serieuze songs te schrijven. Tot dan toe was hij niet veel verder gekomen dan ‘I love you/I’ll be true’,-achtige teksten, maar nu wist hij de songwriter in zichzelf tot leven te wekken. Hij schrijft sinds 2004: over zijn eigen ervaringen – in verschillende van zijn liedjes keert hij terug naar deze aanslag; misschien wel zijn bekendste en mooiste nummer ‘Broken Fingers’ (http://www.youtube.com/watch?v=NHu5ehmcGCY) gaat erover. Maar hij schrijft toch vooral verhalende songs over de levens van andere mensen, in de traditie van mensen als Townes van Zandt en Steve Earl.

Levensmoe

Sindsdien wordt Baker vaak zelfs in één adem genoemd met deze Texaanse troubadours. Niet helemaal terecht. Baker heeft een aanmerkelijk postievere grondhouding ten opzichte van het leven. Wat heet. Waar Townes van Zandt een levensmoe nummer als ‘Waitin’ Around to Die’ schreef, is Baker door de aanslag tot het inzicht gekomen dat het leven een geschenk is: “Ik had ook dood kunnen zijn tenslotte, zoals de jongen die tegenover me in de trein zat. Ik heb het zo slecht nog niet getroffen.” En waar Earle een nummer schreef waarin hij sympathie vraag voor een Amerikaan die zich aansloot bij Al Quaeda, is Baker altijd op zoek naar het goede in de mens: hij heeft degenen die destijds de bomaanslag pleegden vergeven, en richt zijn aandacht liever op de ‘Pretty World’, zoals zijn tweede album heet en probeert hij de verbondenheid tussen mensen uit te dragen. Zoals hij het in ‘Angels uitdrukt: “Everyone is a bastard, everyone is a whore / Everyone is a saint, everyone is redeemed / Everyone is at the mercy of another one’s dream.” Niet bepaald een tekst die Van Zandt of Earle zouden kunnen schrijven.

Ook muzikaal gezien verschilt Baker hemelsbreed van mensen als Van Zandt en Earle, en ook dat komt door/dankzij de aanslag in 1986. Baker zingt vanwege zijn gehoorbeschadiging (links is hij doof, rechts hoort hij slecht en hij heeft doorlopend oorsuizingen) niet echt: hij draagt zijn nummers eerder voor, zoals iemand als Lou Reed of Leonard Cohen dat ook doet. Wanneer Baker zichzelf begeleidt op de gitaar, beperkt hij zichzelf tot de essentie: hij heeft zichzelf noodgedwongen linkshandig gitaar leren spelen, en kan met zijn linkerhand alleen nog een plectrum vasthouden. “En als ik pech heb, heb ik ook een pijnlijke rechterhand”, lacht Baker. Hij herinnert zich hoe hij in 2007 voor het eerste in Nederland was en door een val de vingers van zijn rechterhand had gekneusd. “Ik kon maar met drie vingers spelen. Maar iedereen scheen te denken dat het zo hoorde. De mensen schenen het zelfs mooi te vinden.”

Obsessie

Sowieso heeft Baker een band met Nederland. Hierheen komen is een ‘trip to paradise’, zegt hij. Nederland is in zijn ogen niet alleen een land van grote ingenieurs, maar ook van grote kunstenaars. Grote schilders, vooral: Baker is dol op Rembrandt, Vermeer en Van Gogh. Ook de Nederlandse architectuur is volgens Baker opzienbarend. Tijdens een concert in de Amsterdamse Westerkerk verwondert hij zich over de prachtige ruimte. “En dan te bedenken dat Rembrandt hier ook begraven ligt. Veel beter dan deze zaal had ik het niet kunnen treffen!”

Zelf schildert Baker ook (zie illustratie, ‘Yellow Haired Man’). “Mijn hele huis puilt uit van de schilderijen die ik heb gemaakt. Schilderen is zelfs een obsessie.” Zijn liefde voor schilderen is momenteel zelfs zo sterk dat hij voorlopig niet aan een nieuw album zal werken, laat hij doorschemeren – plus dat hij aan enkele nieuwe projecten werkt waar hij niet over wil uitweiden. “Ik schilder liever dan dat ik in de studio zit. Ik ben dol op de inspiratie die zo’n belangrijke rol speelt tijdens het schilderen en componeren. Ik ben een artiest die graag zo dicht mogelijk bij die wonderlijke momenten van inspiratie blijft. Met schilderen is dat goed te doen: ik laat me gewoon door mijn intuïtie leiden.”

Engelachtige stem

Platen opnemen bevalt hem minder: “Wanneer ik een nummer schrijf, lukt het me nog goed dicht bij mijn gevoel te blijven. Maar daarna moet het ook nog goed worden opgenomen. Ik ben nogal een perfectionist, dus dat kost me altijd enorm veel werk. En al die tijd heb ik geen ruimte in mijn hoofd om aan andere, aangenamere dingen te denken. Ik voel me op het ogenblik niet geroepen om veel tijd in de studio door te brengen.”

Wel geniet Baker van het samenspelen met andere muzikanten in de studio, voegt hij toe. “Maar samenspelen kun je ook op het podium. Dat doe ik dan liever.” In het verleden heeft Baker o.a. met Mary Gauthier gespeeld – in Amsterdam voert hij het door hen samen geschreven ‘Mozes in the Reeds’ op. Nu deelt Baker het podium met Chip Dolan (toetsen, gitaar) en Carrie Elkin (zang, gitaar, accordeon) – twee veelzijdige muzikanten, die Sam Baker perfect aanvullen.

Vooral Elkin maakt diepe indruk met haar engelachtige stem. Haar ‘Dear Sam’ – een speciaal voor Sam Baker geschreven nummer – klinkt nog lang na: “Dear Sam, dear Sam / I think you’re like a brother / Even though I wanna kiss you sometimes / Cause your broken heart / It ain’t nothin’ like mine.”

(Jan Bletz)

 


Your Comment