RSS

Roosbeef komt met volwassen ‘Kalf’

Deze week verschijnt het lang verwachte derde album van Roosbeef. Singer-songwriter Roos Rebergen had een harde, experimentele plaat in gedachten toen ze aan ‘Kalf’ begon met haar band, maar dat is er niet van gekomen. “Uiteindelijk is de muziek toch de baas. En ik verdwaal eerder als ik rustig iets speel: dan komen muziek en tekst vanzelf.”

(Foto: Elise van Lierop)

Vermoedelijk omdat de docente Nederlands op de middelbare school ons eindelijk eens bij de les wilde betrekken, had ze een keer een discussie georganiseerd over de vraag wat belangrijker was in een nummer: de tekst of de muziek? Geen idee meer wat de uitkomst was van onze oeverloze gesprekken, al herinner ik me wel dat de meerderheid van de leerlingen moest toegeven vooral naar de muziek te luisteren. En ook geen idee welke teksten we toen hebben besproken, terwijl dat toch de verborgen agenda moet zijn geweest van onze lerares. Wie schreven er toen Nederlandstalige nummers die voor een tekstuele analyse in aanmerking waren gekomen? Robert Long, misschien. Lennaert Nijgh, vermoed ik. Joop Visser? Cornelis Vreeswijk? Geen idee ook wat mijn standpunt toen was.

Ach, hadden we toen Roosbeef maar gehad. Dan had ik met plezier mijn klasgenoten de les gelezen. Ja, dan had ik wel geweten wat mijn standpunt was geweest: een nummer valt of staat met een goede tekst, en mooier, origineler, sprankelender en vindingrijker dan die van Roosbeef vind je ze niet.

Onnozel

Ook “Kalf”, haar nieuwe album, staat vol met heerlijke ‘Roos-isms’. Mooie observaties, zoals in het titelnummer: “De mensen achter de toog / Zien meer dan je denkt.

Meer dan een man of een vrouw die glazen inschenkt.” Er zijn weer fraaie, dichterlijke taalvondsten: “Al mijn dromen vallen in het water / Al mijn dromen vallen in de zee” (De Schelde) . En ook de originele filosofieën ontbreken deze keer niet: “Laat ons bidden voor de mensen met een auto met open dak/Dat het maar een mooie zomer mag zijn” (Immers, zoals Roos desgevraagd zegt: dat zijn hele positief ingestelde mensen, die in het regenachtige Nederland een convertible aanschaffen – die gun je een zonnige dag).

Veel nummers op “Kalf” gaan over een stukgelopen relatie. “Ik dacht dat ik de liefde van mijn leven gevonden had, maar dat bleek niet zo te zijn”, zegt Roos. “En ik heb het stuk gemaakt – natuurlijk had ik beter moeten weten, maar ik ben een ‘Kalf’, een onnozel wicht, dat geen rekening houdt met anderen.” Zoals ze zingt in het titelnummer: “En ik vraag aan m’n vrienden / Of ik mij gedroeg / Maar bijna altijd vind jij niet genoeg.” De meeste nummers zijn ingetogen en doen minder vrolijk aan dan die op haar vorige twee albums, ‘Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten’ en ‘Omdat ik dat wil’, maar dat is schijn, vindt Roos. “Mijn vorige platen waren ook somber, ik vind ze zelfs somberder. Mijn liedjes gingen er toen ook al over dat ik nooit tevreden ben, altijd op zoek ben naar iets anders. Maar toen was ik veel benauwder om iets moois stuk te maken. Nu weet ik dat ik er wel overheen kom.”

“Kalf” is kortom wat berustender, minder Pipi-Langkousachtig dan haar springerige vorige platen. Wat volwassener, misschien, ‘Over de 18’, zoals ze zelf zegt in het gelijknamige nummer, wat minder egocentrisch.

Dit geldt helemaal voor het prachtige oorlogslied ‘Raak mij aan’, een van de hoogtepunten van “Kalf”, een bewerking van een eerder in opdracht geschreven nummer voor koor en orkest ter gelegenheid van een dodenherdenking op 4 mei, met regels als: “De mensen krijgen ons / Ja liefste lik onze wonden schoon voor ze komen / Krenk mij diep / Scheld mij de huid maar vol / ‘k wil voelen of ik voel.” De egocentrische, kalfachtige Roos is hier in geen velden of wegen te bekennnen. “Al heb ik het onderwerp wel persoonlijk gemaakt en naar mezelf toetrok. Ik wist me er aanvankelijk geen raad mee. Een nummer over zo’n zwaarbeladen onderwerp wordt al snel en pathetisch en sentimenteel. Ik ken de oorlog ook alleen uit films, en vond het moeilijk me te verplaatsen in de mensen die toen leefden. Tot ik mezelf afvroeg: wat als ik toen had geleefd: wat had ik dan het allerergste gevonden? En ik bedacht dat ik als jong meisje niet eens zozeer bang zou zijn geweest om te sterven, als wel voor een dood zonder de liefde ooit te hebben gekend. Zo is het emotioneel geloofwaardig geworden, zonder dat het direct betrekking heeft op mijn eigen leven.”

(Foto: Elise van Lierop)

Zielepijn

Muzikaal gezien staat ‘Kalf’ dichter bij de lo-fi van ‘Ze willen wel je hond aaien…’ en de ep “Warüm” dan bij de volle sound van ‘Omdat ik het wil. “Dit album is gemaakt zonder dat Tom Pintens als producer is opgetreden’; we hebben het collectief geproduceerd, Op onze eerste plaat was ik nog zo onervaren dat hij er veel werk aan heeft gehad om er wat van te maken. Op de tweede was dat niet nodig, en kon hij zwaar zijn stempel op de muziek drukken om er een echte popplaat van te maken.” Op “Warüm”wilde ze dat haar uitstekende band volledig tot zijn recht zou komen, zonder al te veel productionele opsmuk, en dat was ook de gedachte achter ‘Kalf’: “Omdat ik met heel goede muzikanten werk, wist ik dat we het wel als collectief zouden redden.”

En inderdaad, “Kalf” is in een luttele vijf dagen opgenomen in een oude school, zonder dure studioapparatuur en met slechts één technicus achter de knoppen. Wel is de plaat bij ontstentenis van de sturende hand van een producer heel anders uitgepakt dan Roos van tevoren had verwacht. “Ik had een rauwe, harde plaat in gedachten. Een plaat die open klonk, als een leeg Amerikaans het landschap.” Open is de plaat zeker, door de afwezigheid van studiotovenarij, rauw ook wel door zielepijn die in veel nummers doorklinkt, maar hard? Integendeel, dit is de zachtste plaat van Roosbeef, ondanks een nummer als ‘Und man liebt so viel’,  waarin Roos Rebergen haar inner Nina Hagen channelt. “Ik heb de muziek het laten overnemen – de muziek is op een gegeven moment de baas, en kennelijk moest het rustig worden in plaats van hard. Ik ben muzikaal gezien ook niet handig genoeg om mij ertegen te verzetten. Ik verdwaal eerder als ik rustig iets speel: dan komen muziek en tekst vanzelf. Als ik drums kon spelen, was ‘Kalf’ waarschijnlijk veel harder uitgevallen, maar dat kan ik nu eenmaal niet.”

(Foto: Elise van Lierop)

‘Klein denken’

Zoals bij elk album van Roosbergen zal er wel weer discussie ontstaan of het nu cabaret is of popmuziek, vanwege de nadrukkelijk aanwezige teksten. Roos vindt de discussie getuigen van ‘klein denken’. “Er zit humor in mijn muziek, dat zeker. Ik geloof dat je af en toe iets lichts moet toevoegen als je over zware onderwerpen zingt, om het dragelijk te maken, maar dat maakt me nog geen cabaretier. Ik ben muzikant. Ik maak albums, geen cabaretprogramma’s. Ik wil ook niet in het theater staan en avond aan avond hetzelfde doen.”

En ja, de teksten zijn voor Roos belangrijk, maar anders dan voor de gemiddelde kleinkunstenaar de muziek ook; naarmate ze zich verder ontwikkelt zelfs steeds belangrijker. Roos voelt zich verwant met  countryartiesten als Gillian Welch, Bonnie Prince Billie, Lucinda Williams en Wilco – en hoewel haar muziek erg op die van hen lijkt, heeft ze hun liefde voor toegankelijke, melodieuze nummers gemeenschappelijk. “Daar houd ik van: nummers waarin tekst en muziek elkaar versterken.” Inderdaad – en dat had ik mijn lerares Nederlands destijds ook moeten zeggen.

www.roosbeef.nl

(Jan Bletz)

‘Kalf’ verschijnt op 13/2. Het concert van 18/2 in de bovenzaal Paradiso is uitverkocht. Daarna tourt Roosbeef door België en Nederland;  20 juni zijn ze weer in Paradiso.


Your Comment