RSS

Jeremy Pinnell: geen woorden maar noten

Jeremy Pinnell zegt weinig tijdens zijn optreden in het Amsterdamse café Checkpoint Charlie West. Zijn pure countrymuziek klinkt er niet minder goed om.

“Jeremy is niet zo’n prater”, waarschuwt zijn collega Max Fender. Inderdaad. Elke vraag die Jeremy Pinnell wordt voorgelegd krijgt een heel summier antwoord, waarvan moeilijk te zeggen is of het ontwijkend bedoeld is, of hij het ook niet weet of dat hij gewoon te verlegen is om voluit te praten. Waarschijnlijk is het gewoon verlegenheid, te oordelen naar zijn blik (gericht op de grond als hij spreekt, gericht op de horizon als hij luistert) . Begrijpelijk: het is tenslotte zijn eerste keer in Europa, Fender is op Schiphol al uitgemaakt voor ‘hillbilly’, en Pinnell is de aandacht voor zijn muziek waarschijnlijk niet gewend: hij verdient zijn inkomen in de bouw en op een boerderij met grasmaaien.

Maar vragen roept hij nu eenmaal op, en nu hij hier in het café Checkpoint Charlie West in Amsterdam is, krijgt hij ze voor z’n kiezen. De eerste vraag gaat over zijn opvallende verschijning. Die tattoo’s van hem, de omtrek van Kentucky op de zijkant van zijn hoofd en daaronder eentje van Jezus (is het dezelfde die Axl Rose ooit op een t-shirt had?) en de strepen op zijn handen, alsof hij een gevangene is die zijn dagen afstreept – wat bedoelt hij daarmee. “Tattoo’s zijn heel gewoon. Je moet er niet te veel achter zoeken”, zegt Pinnell in eerste instantie. Maar waarom dan juist die opvallende tattoo’s? “Tja, misschien om me eraan te herinneren wie ik ben en waar ik vandaan kom. Hoe mooi Kentucky is. Dat veel van mijn vrienden er wonen”, zegt hij na lang aandringen.

Het klinkt meer als een wedervraag dan als een antwoord. En die Jezus die zijn nek siert, wat heeft die daar te zoeken? Is Pinnell soms christelijk? Niet ongebruikelijk voor een jongen uit het Zuiden van de Verenigde Staten, tenslotte. “Nee, zegt hij aarzelend. Ik heb ooit gedacht dat het christendom misschien wat voor me zou zijn, maar daar ben ik van teruggekomen. Ik geloof wel dat er ‘iets’ is. En ik probeer eerlijk te zijn, geduldig en aardig tegen de mensen om me heen. Niet dat het me altijd lukt – maar dat is mijn streven.” En die strepen op zijn hand? “Ook om me eraan te herinneren wie ik ben. Ik heb nooit lang tijd in de gevangenis doorgebracht. Maar ik ben wel een tijd wild geweest. Misschien wilde ik mezelf met die tattoo waarschuwen: dat ik niet weer ‘out of control’ raak.

Dichterlijke waarheid

Hoezo wild? En wat bedoelt hij met ‘out of control’? “Daar wil ik verder niets over zeggen”, zegt Pinnell beslist. Duidelijk is wel dat veel nummers van zijn OH/KY over zijn niet altijd even makkelijke leven gaan, en hij zijn persoonlijke ellende bezingt in regels als ‘I love the needle some / And the needle loves me / It wants nobody / To be free’. “Alles waar ik over zing is de waarheid. Dichterlijke waarheid, dan: ik heb wat poëzie toegevoegd aan de werkelijkheid.”

Waar de nummers dan over gaan? Over foute keuzes in zijn leven, over liefdesverdriet (‘Loose Women’), over spijt (‘Light Me Up), over zijn moeilijke muzikantenbestaan (Outlaw Life’), maar ook over de troost die countrymuziek biedt – in het openingsnummer ‘The way country sounds’ belijdt hij zijn liefde voor deze muziek. De klassieke variant, welteverstaan – ‘drie akkoorden en de waarheid’ zoals Harlan Howard het ooit definieerde, en niet de popmuziek die wordt uitgevoerd door jongens en meisjes in cowboykostuums. “Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot die oude country”, zegt Pinnell. “Zo eerlijk, zo fijn om naar te luisteren. Het ritme van de muziek alleen al, voor mij voelt het alsof de bas en de drum met mijn hart meekloppen en het verwarmen.”

Intens droevig
En weer kijkt Pinnell naar grond, alsof hij te veel van zichzelf heeft blootgegeven. Maar zodra hij het podium betreedt, staat Pinnell er wel. Het eerste nummer is meteen raak: met een onvervalste countrysnik in zijn stem, en een intens droevige melodie trekt hij de aandacht van het publiek met zijn ‘Angel of Mine’.

Daarmee is de toon voor de rest van de avond gezet. Pinnell zegt niets tussen de nummers door, maar wat zou het? Met regels als ‘I’m the kind of man who puts his hand on a stove and doesn’t feel the burn’ vertelt hij toch het nodige over zichzelf. En zijn pure countrymuziek klinkt er niet minder om.

www.jeremypinnell.com

(Jan Bletz)


Your Comment