RSS

Dingen Die Voorbij Gaan

DSC_1041.NEF

Het Rambling Roots festival jubileerde 20 oktober j.l.  en ik debuteerde. Ik zeg een goede combinatie, maar voor buitenstaanders wellicht een vreemde combinatie. En terecht, want waarom was zaterdag 20 oktober j.l. pas mijn eerste bezoek? Hoe kan het dat een liefhebber van oude-lullen-in-spijkerbroek-muziek nu pas de weg naar Rambling Roots heeft gevonden? De verklaring is simpel: deze .. (samenvattend) oude man gaat iedere (school)vakantie op vakantie.

Snapjijhet, snapikhet?
Rambling Roots valt in het eerste weekend van de, voor ons onderwijsmensen zo broodnodige en welverdiende, herfstvakantie. Als koopjesjager zit ik dan al lang in een vliegtuig van RyanAir, of sterker nog dan ben ik al lang op een mooi Italiaans eiland. Ik bedoel, als rootsmuziekliefhebber is het best een dilemma: voor 60 euro trappenlopen in Vredenburg of voor hetzelfde bedrag (sterker nog voor de helft van t bedrag) een enkele reis, mits je er op tijd bij bent, boeken naar Sicilië. Wel, aangezien ik bovenal levensgenieter ben was de keuze nooit een “uitdaging”.

Maar goed, er zijn altijd leuke bandjes in Utrecht, dus een overwogen (voor zo ver ik dat kan) afweging wordt wel gemaakt, maar de levensgenietende insteek overwon altijd. Dit jaar was het dilemma moeilijker dan ooit: de line-up was meer dan mooi terwijl de vliegtickets al snel skyhigh gingen. Ik voelde de druk met het uur groter worden. Een korte, gerichte, intensieve speurtocht bracht de verlossing en the best of both worlds. Uw reizende reporter zou eerst Rambling Roots bezoeken, dan goedkoop overnachten in Utrecht en met een nog goedkopere EasyJet-vlucht (ik zeg vijf wijntjes in Vredenburg) op de zondagochtend (meer zaterdagnacht) naar Catania vliegen.

DSC_1024.NEF (1)

Eenmaal de keuze gemaakt, stelde ik mijn programma samen. Een must see was Steve Forbert. Maar daar waren meteen ook de twijfels. Ooit, in de jaren zeventig, was ik ‘fan’ van Forbert (nu zou ik dat ‘fan zijn’ misschien eerder bestempelen als ‘jong enthousiasme’). Op mijn Sony-tapedeck luisterde ik naar en zong ik mee met de enige twee albums (lees platen) die ik van hem ken: Alive on Arrival en Jackrabbit slim. Forbert werd gehyped als de nieuwe Dylan, maar na deze twee platen was het, vraag me niet waarom, uit met de liefde. Daar was ik niet verdrietig over, want zoals met alle verbroken liefdes weet ik dat je de mooie momenten uit het verleden moet koesteren en dat het buitengewoon louterend kan werken als je ze zo nu en dan in een melancholische, depressieve of dronken bui eens even flink oprakelt. Zo is het ook met mijn oude platen. Die haal ik eens in de zoveel tijd uit de kast om er naar te luisteren.

Het leven gaat door en ieder gaat zijn eigen weg. Zo ook Steve en ik. Na deze twee prachtige platen volgden nog vele albums die ik eerlijk gezegd niet meer heb gevolgd. Ik was Steve helemaal uit het oog verloren totdat … ik een bericht las dat hij naar Nederland zou komen, dat hij een luisterconcert in Paradiso zou geven. Ik was benieuwd hoe het zou klinken, wat hij zou spelen?; het was bijna een soort van gluren naar je ex. Ik was op het laatste moment door een hevige griepaanval verhinderd, maar ik had, zoals later bleek ook veel oude mede-“gluurders” te hebben. Het zondagmiddagconcert in Paradiso werd met groot enthousiasme ontvangen en zorgde ervoor dat Steve zou terugkeren voor een concertreeks. Deze concertreeks werd geannuleerd doordat bij Forbert de vreselijke ziekte kanker werd geconstateerd. En ja ernstige gebeurtenissen brengt mensen bij elkaar. Het raakt je, je vergeet dingen, die nu niet meer belangrijk lijken (zijn slechte platen, mijn desinteresse en mijn doorgroei naar muziek met gitaren). Je voelt je weer aangetrokken tot elkaar, uit medeleven, betrokkenheid en verbondenheid, maar zonder dat de vonk overslaat.

DSC_1028.NEF (1)

Ik denk dat dat het was wat er gebeurde tijdens het optreden van Steve Forbert in de …zaal tijdens Rambling Roots. Natuurlijk had ik, in de euforie van het wederzien, de eerder genoemde succesplaten weer flink gedraaid en droomde ik weg bij hoe mooi het tóen was, me realiserend dat ook ik was veranderd. We waren toentertijd amper 20 en nu beiden boven de 60. Hij een man met een gitaar en mooie liedjes en ik doorgegroeid naar een oude (altcountry)rocker. Maar die man met een gitaar is voor mij nu niet meer genoeg, ik wil meer (een band), ik wil heét hard (de stekkers erin) en ik wil het strak (welke 60 plusser is dat – lees kan het- nog?); oké Springsteen, maar wie verder nog meer?

Forbert speelde natuurlijk een op voorhand gewonnen wedstrijd tijdens het Rambling Roots festival. Het publiek was blij hem te zien, vast ook blij een stoeltje bemachtigd te hebben (dat was heel wat op dit festival) en voor hen was dit concert het feest der herkenning. Natuurlijk speelde Forbert nummers van zijn laatste cd The Magic Tree (Only you en het titelnummer), maar het accent lag, tot grote vreugde van de zaal, duidelijk op Alive on Arrival en Jackarabbit Slim. De set werd afgesloten met vijf nummers van deze platen (Complications, . Lonesome Cowboy Bill’s Song, What Kinda Guy, Steve Forbert’s Midsummer Night’s Toast en Romeo’s Tune).

Forberts stem is uiteraard niet meer wat die ooit is geweest, wat ook niet kan na de ondergane chemokuren, maar zijn stemgeluid blijft nog wel herkenbaar. Hij heeft pareltjes geschreven en die hebben en zullen de tand des tijds zeker doorstaan, maar eerlijk is eerlijk de uitvoeringen raakten niet echt meer. Het was zéker niet zo slaapverwekkend als de man naast me (hij sliep al bij het derde nummer) deed vermoeden. Forbert was “alive and kicking”, werkte zich in het zweet, wisselde vaker van mondharmonica dan generatiegenoot Rod Stewart van vrouw, maakte grappen en had plezier. Het was een prettig wederzien met een oude liefde, een mooi weerzien en fijn te merken dat het goed met hem gaat, hij lekker in zijn vel zit en goed bezig is. Het was ook een weerzien dat bevestigde dat we uit elkaar zijn gegroeid en het niet meer is zoals vroeger.

Eenmaal thuis op de bank denk ik terug aan die tijd (vroeger?) en “draai ik” (lees speel ik af op Spotify) Alive on arrival en krijg ik, net als vroeger, kippenvel bij nummers als Goin’ Down to Laurel, Lonesome Cowboy Bill’s Song, What Kinda Guy of Steve Forbert’s Midsummer Night’s Toast, nummers die hij díe zaterdag speelde, maar die toen niet meer dát gevoel wisten op te wekken. Maar wat wil je, na bijna veertig jaar?!

Forbert komt in februari terug voor een aantal concerten. Net als met oude liefdes wil je hem toch weer ontmoeten; het laat je niet los, je hoopt op vroeger. Dus ik zal er weer zijn in het Zonnehuis. Waarom? Nostalgie? Neil Young zong het al: Old times were good times en van die tijden kunnen we geen genoeg krijgen.

De data:
12-2-19 Het Zonnehuis – Amsterdam
16-2-19 De Oosterpoort – Groningen
17-2-19 Lux – Nijmegen

Theo Koot: foto’s + tekst

 


1 Comments Add Yours ↓

  1. Tom van Rongen. #
    1

    Goed catshing verhaal ik zie het als het ware voor mij en kan me daardoor inleven. Goede muziek idd
    Top



Your Comment