RSS

Uit Het Archief

In deze rubriek grijpen we terug op de interviews die onze medewerker Koos Gijsman in de loop van de jaren met talrijke musici gehouden heeft.

In deze eerste editie aandacht voor de Amerikaanse zanger-liedjesschrijver Gregory Page die zo’n acht jaar geleden zowel op de plaat alsmede op de planken zijn debuut maakte in ons land.

Inmiddels is hij in Nederland een graag geziene gast in het zalencircuit met een in omvang groeiende groep fans die met veel aandacht zijn uiterst onderhoudende voorstellingen bijwonen. Een platencontract bij een grote maatschappij onderstreept dat zijn naamsbekendheid de afgelopen jaren substantieel toegenomen is.

“Dankzij Jason Mraz ben ik nog steeds actief in de muziek”

Vrijwel elke zanger-liedjesschrijver put zijn inspiratie uit het werk van voorgangers. Zo ook de uit San Diego afkomstige Gregory Page. Zijn grote voorbeelden Al Bowlly, Louis Armstrong en Cole Porter bepalen het stijlgebied van zijn liedjes. Ze maken zijn optredens tot een tijdreis naar een muziektijdperk waarin het Nederlandse publiek zich maar al te graag onderdompelt. Zelf noemt Gregory Page zijn werkwijze het balanceren op een dun koord waarbij hij worstelt met traditie en vooruitgang, geschiedenis en fantasie. “Ik ben een zangvogel en gelijktijdig ook een worm.”

Je bent al jaren actief in de muziek, maar Promise of a Dream is de eerste van jouw vele cd’s die nu in Europa in de winkels verkrijgbaar is, in plaats van exclusief via je website. Wat is het verhaal achter deze omslag?

“Vooropgesteld moet ik zeggen dat al die jaren waarin ik actief ben in de muziek, er nooit echt veel belangstelling is geweest vanuit de muziekindustrie. Mijn frustraties daarover liepen zo hoog op dat ik met het idee rondliep te stoppen als muzikant. Mijn vriend Jason Mraz heeft mij moed ingesproken en dankzij hem ben ik nog steeds actief in de muziek. Promise of a Dream is ondergebracht bij het Nederlandse AG Music. Dankzij een tip van Angelique Stein van het radioprogramma De Sandwich. Die draaide regelmatig liedjes van mij in dat programma. Daar kwamen zo veel reacties op dat Theo de Jong van AG Music ingeseind werd. Die heeft toen een selectie gemaakt van liedjes van mijn vroegere albums en die op Promise of a Dream bijeengebracht.”

Je bent het kind van musicerende ouders. Je vader Armeens en je moeder Iers. Hoe was het op te groeien met ouders met zulke verschillende culturele achtergronden?

“Daar kan ik geen antwoord op geven omdat mijn ouders nooit hebben samengeleefd. Ik heb jarenlang niet van het bestaan van mijn vader geweten. De man met wie mijn moeder samenleefde, deed zich voor als mijn vader, maar het vreemde is dat er tussen ons totaal geen contact was. Een paar jaar geleden heb ik mijn vader in Parijs ontmoet en bij die gelegenheid was er wel direct een klik. Nu bezoek ik hem regelmatig. Ook omdat Parijs mijn lievelingsstad is, kost het mij weinig moeite om mezelf daartoe te brengen.”

Waar komt die verknochtheid aan de jarendertigmuziek vandaan?

“Doordat mijn moeder voortdurend in het buitenland aan het optreden was, woonde ik bij haar ouders in Londen. Haar vader David Page speelde in Ierse folkgroepen en had een enorme platenverzameling. Ik raakte gefascineerd door de muziek van die tijd en luisterde de hele dag naar zijn platen. Omdat mijn grootvader met grote regelmaat thuis met zijn collega’s speelde, was ik in het hele huis omgeven door muziek. Zijn verzameling bevatte naast folkplaten ook veel muziek van de Engelsman Al Bowlly en de grote Amerikaanse musici en componisten als Louis Armstrong, Ella Fitzgerald, Harold Arlen en Cole Porter. Die muziek met de levensstijl die daarmee verbonden is, ligt mij het beste. Ik heb niet zoveel op met de huidige tijd en verafschuw de snelheid waarmee alles plaatsvindt.”

Hoe ga jij om met de financiële gevolgen van de recessie?

“Aan luxe dingen hecht ik geen waarde. Ik huur een klein appartement in San Diego en verplaats me met het openbaar vervoer. Er zijn wel steeds minder plaatsen waar ik kan optreden. Sommige theaters zijn gesloten en ook in de clubs is er steeds minder werk. Ik pak werkelijk alles aan waar ik geld mee kan verdienen. Huiskamerconcerten en zoals recentelijk een bruiloft. Ze vroegen mij voor een optreden tijdens het feest en tevens of ik speciaal voor de gelegenheid een toepasselijk lied wilde schrijven. Dat heb ik ook gedaan. Ter plekke aangekomen ontdekte ik dat ze voor mij een plekje achter een paar bosjes hadden gereserveerd. Het was niet de bedoeling dat ik zichtbaar zou zijn voor de gasten!”

Ondanks de geringe naamsbekendheid bij het publiek werk je op je albums samen met grote namen uit de muziekwereld. Hoe verklaar je dat?

“Onder de muzikanten aan de westkust geniet ik een grote reputatie. Doordat in mijn muziek overduidelijk elementen uit de jazzmuziek opgenomen zijn, heb ik vooral onder jazzmusici veel bewonderaars. Ze weten dat ik die muziek niet uit winstbejag speel, maar om de simpele reden dat ik die muziek liefheb. Zoiets schept een band en de vraag of ik wel of niet populair ben, speelt voor hen totaal geen rol. Ze bezoeken mijn optredens en spelen ook mee op mijn albums. Op mijn laatste album, Heartstrings uit 2010, speelt bijvoorbeeld bassist Bob Magnusson mee. Een enorme eer natuurlijk want die man heeft met Ella Fitzgerald, Count Basie en Duke Ellington gespeeld. Maar ook vanuit andere muzikale richtingen word ik gesteund. Robbie Robertson produceerde in 2008 mijn album All Make Believe, terwijl Jason Mraz zoals gezegd een van mijn grootste vrienden is en mij ook als producer heeft bijgestaan. Voor iemand die zo verlegen is als ik, verbaast het me telkens weer als musici aanschuiven om mij te helpen bij mijn producties. Eerlijk gezegd betekent dat voor mij veel meer dan hoge verkoopcijfers.”

(Koos Gijsman)


Your Comment