
Singer-songwriter Chip Taylor houdt er blijkbaar niet van om op zijn oude dag op zijn lauweren te rusten. De man, die alleen al door het schrijven van de sixties hit ‘Wild Thing’ (de eeuwigheid ingezongen door The Troggs) schatrijk werd, heeft na zijn muzikale avontuur met Carrie Rodriguez zijn oog en oor laten vallen op de getalenteerde altcountry zangeres/violiste Kendel Carson uit Victoria, Canada. De samenwerking tussen deze twee muzikanten resulteerde in 2007 in ‘Rearview Mirror Tears’, de aanbevelenswaardige debuut-cd van Kendel Carson. En nu is er ‘Alright Dynamite’, de alleszins door mij langverwachte opvolger, waarvoor Taylor bijna alle songs schreef.
De plaat begint veelbelovend met het lekker slepende ‘Oh Baby Lie Down’ dat zo op ‘Hasten Down The Wind’ van Linda Ronstadt had kunnen staan. Suggestief gezongen en ‘naakt’ geproduceerd (door Taylor himself); een sterke en sfeervolle opener met een mooi orgeltje van Seth Farber (Mink DeVille, Lucinda Williams, John Prine). In ‘Belt Buckle’ gaat het tempo vervolgens omhoog, maar op de een of andere manier lijkt dit nummer niet echt te beginnen. Nee, dan hoor ik liever de erotiserende ballad ‘Lady K’, die drijft op de stem van Carson en de piano van Farber. Dit is een uiterst fraaie, doorleefde song met bovendien een prachtige tekst: ‘Like Rembrandt’s fingers wandered ‘cross the cloth / Such love upon a canvas never lost / Erotic dreams – of aristocratic men / In time become the treasures of the land / Paint me as you choose to paint me / I will welcome your eyes there / Wake me as you choose to wake me / I have slept too many years’.
Het is vooral déze Kendel Carson waar ik van hou: sensueel maar tegelijk ook broos en kwetsbaar. Oké, uptempo nummers als ‘I Don’t Wanna Be Your Mother’, ‘Ten Lost Man’ (waarop Carson laat horen dat ze een aardig stukje viool kan spelen), ‘Jesse James’ en ‘Submarine’ (met een héél leuk refrein) liggen uitstekend in het gehoor, maar neigen qua geluid soms iets te zeer naar popcountry. En laten we de vrolijke maar eigenlijk overbodige cover van Janis Joplin’s ‘Mercedes Benz’ maar met de mantel der liefde bedekken. Iedereen heeft recht op een jeugdzonde, niet waar?
Carson’s heldere stem komt in intimistische, bijna kale nummers als ‘One Blue Dress On The Line’ (daar heb je Seth Farber weer, nu op piano en accordeon), ‘Oh That Dress’ (subtiel gitaarwerk van John Platania – zie Van Morrison [‘Moondance’!], Guy Davis, Randy Newman), het langoureuze ‘Cowboy Boots’ of de fraaie afsluiter ‘Mexico’ veel beter tot zijn recht dan in de uptempo songs. Precies in die ballads klinkt Kendel Carson zoveel zinnelijker, breekbaarder en innemender.
Maar goed, laten we het erop houden dat de incidentele knipoogjes naar een wat meer poppy sound kleine schoonheidsfoutjes zijn, detailkritiek waarmee deze amper 24-jarige muzikante hopelijk rekening houdt op haar derde cd. Misschien biedt die volgende plaat haar ook de gelegenheid om haar vleugels wat meer uit te slaan en uit de schaduw van Chip Taylor te treden, zoals ook Carrie Rodriguez dat op een bepaald moment heeft gedaan. Maar tot het zover is, en dat hoeft echt niet opnieuw twee jaar te duren, ben ik best tevreden met ‘Alright Dynamite’.