Afgelopen zaterdag samen met een klein gezelschap wederom voor de 7e keer afgereisd naar het Hoge Noorden. Take Root speelde zich voor de 3e maal niet af in De Smelt te Assen maar in de Oosterpoort in Groningen. De Oosterpoort biedt meer ruimte om verschillende artiesten tegelijkertijd te laten optreden, het festival lijkt na de verhuizing tevens iets aan sfeer te hebben ingeboet. Die gekke combinatie van concert/partyzaal en ijsbaan in Assen had toch wel iets aparts. De Oosterpoort biedt niet alleen een prima grote zaal maar vooral die heerlijk kleine luisterzaal. Daarentegen roepen de locaties entreehal en foyer gemengde gevoelens op. Beide gelegenheden zouden in een gemiddeld ziekenhuis niet misstaan. Het publiek aldaar lijkt vaak ook meer met elkaar dan met de geboden muziek bezig.
Dit jaar gestart in de kleine zaal met Ana Egge, zij verzorgde een mooi klein optreden met de Nels Andrew band. Ana zong op de van haar bekende enigszins onderkoelde wijze haar materiaal. Dit was een prima start van het festival.
Even later speelde Peter Broderick in de kleine zaal, een creatieve man die vrijwel alles in zijn eentje speelde. Peter maakt ter plekke “loops” van zojuist gespeelde stukjes muziek (gitaar, viool, toetsen etc.) en zingt hierbij met formidabele stem. Soms zacht en dan weer vol dynamiek, Broderick afkomstig uit Amerika vertrok naar Denemarken om samen met de band Efterklang op te trekken. Men ontmoette elkaar via My Space. Peter verzorgde een bijzonder optreden, op cd klinkt zijn werk mij echter iets teveel naar new-age.
Danny Schmidt vocht zich met een flinke verkoudheid dapper door zijn set heen. Ondanks fikse hoestbuien vulde zijn stem de kleine zaal en bleek de man tevens een prima gitarist te zijn. Een dwarsdoorsnede van zijn laatste albums kwam langs in een optreden vol mooi verhalende liedjes. Dayna Kurtz viel ronduit tegen in de grote zaal, haar band klonk hard en massief. Dayna komt in een kleine setting veel beter tot haar recht mocht ik enige jaren geleden ervaren in het Beauforthuis te Austerlitz. Wellicht ligt het ook aan het werk op haar laatste cd American Standard, een “mixed bag” wat mij betreft. De helft van die cd spreekt meteen aan maar de andere helft klinkt een stuk grover en anoniemer in mijn oren. Maar ach.. die prachtige mooie donkere stem!
Vervolgens nog een heel klein stukje Nels Andrews meegepikt in die vermaledijde entreehal. Nels is een van mijn helden, een van dé talenten van de laatste jaren. Andrews deed als altijd zijn best er een geïnspireerd optreden van te maken maar dit viel toch een beetje in het water door de entourage. Het blijft een genot om het snarenwonder Brandon Seabrook aan het werk te zien, wat een kunstenaar. Ook Nels zou beter af geweest zijn in de kleine zaal waar het luisterpubliek zijn intrek neemt.
En dan William Elliott Whitmore! Tot nu toe een relatief onbekende artiest voor mij, uiteraard had ik wel eens muziek van de man gehoord maar tot nu toe niet aangeschaft. Dat bleek een gebrek van mijn kant te zijn. De man zette de kleine zaal in een mum van tijd naar zijn hand met zijn licht excentrieke stijl. Her en der leek Tom Waits even langs te komen, hoogtepunt van het optreden vormde Mutiny, I declair mutiny on this ship. Duidelijke taal, Whitmore pakte de kleine zaal bij zijn lurven en liet niet meer los. William Elliott Whitmore, de absolute revelatie van dit festival! Wat een talent, wat een stem en wat een soul.
Ook The Handsome Family speelde in de kleine zaal, na drie nummers heb ik de zaal verlaten. Het lukt mij niet deze band serieus te nemen en dan is de uitgang van de zaal toch de beste optie. Op de valreep Signe Tollefsen meegepikt, prima stem en materiaal van deze Nederlands/Amerikaanse dame. Een leuke afsluiter van Take Root deze “folk-noir” aldus Jan Donkers, in mijn oren genoeg folk maar iets te weinig “noir”.
Take Root, alsof je door een grote snoepwinkel loopt en overal proeven
(Foto’s: Klaas Guchelaar. Website: www.kjguch.com)
(Tekst: Hans Maassen)

