RSS

Mary Chapin Carpenter – The Age Of Miracles

mcc_c

Op de soundtrack van mijn leven staan de meest uiteenlopende bands, zangers, zangeressen, orkesten en stijlen. Ik heb me nooit willen beperken tot of specialiseren in één of enkele muzieksoorten. ‘Wat je niet hebt, kun je niet missen,’ gaat voor mij in dit geval niet op, het komt me te provincialistisch voor, bijna calvinistisch zelfs. Op het brede muziekpallet kies ik zowel voor Stevie Ray Vaughan als voor Mahler. Luister ik met ingehouden adem naar Chet Baker en John Cale. Krijg ik slappe knieën van Dusty Springfield en Jessye Norman. Brul ik mee met The Clash en Puccini. Geniet ik van Otis Redding en Sparklehorse. En aanbid ik de Byrds en Dexter Gordon.

De muziek van Mary Chapin Carpenter maakt nog maar sinds 2004 deel uit van diezelfde soundtrack. Toen verscheen Between Here And Gone, de eerste plaat waarmee ze me volledig wist te overtuigen. Met opvolger The Calling deed ze dat nog eens smaakvol over, en The Age Of Miracles – de twaalfde cd van deze 52-jarige singer-songwriter – zou daar binnenkort wel eens aan toegevoegd kunnen worden.

mcc_pBinnenkort wel eens, schrijf ik. Want na meerdere keren naar de plaat te hebben geluisterd, blijf ik van mening dat The Age Of Miracles pas écht begint met Holding Up The Sky en dat is toch al het vierde nummer van de plaat. De drie songs daarvoor klinken me al bij al toch de doordeweeks in de oren, hoezeer Carpenter ook haar best doet om de haar typerende laid back sfeer te creëren. Holding Up The Sky biedt als eerste song van dit album spanning (mooie elektrische gitaar van Duke Levine), een echt sterke tekst (Mary heeft nogal eens de drang om wat belerend te zijn en in dit nummer laat ze dat netjes achterwege) en een lekker ingehouden drive.

Wat daarna komt getuigt zonder meer opnieuw van Carpenters schrijf- en zangtalent. Zoals 4 June 1989, een prachtige en ontluisterende song over de tragedie op het Plein van de toen helaas niet zo Hemelse Vrede. En Mrs. Hemingway, een van melancholie doortrokken walsje over Hadley Richardson, de eerste echtgenote van Ernest Hemingway. Het nummer lijkt te zweven op het goddelijke pianospel van de legendarische Matt Rollings en een vleugje steel gitaar van de al even legendarische Dan Dugmore.

Nog zo’n pareltje is Iceland, dat opnieuw uiterst sober gearrangeerd is, met een ontroerend zingende Carpenter op de voorgrond. ‘Iceland’ is obviously not about the country Iceland’ zegt ze over die song. ‘It’s a metaphor for darkness, cold, alienation, loss, disconnection. It’s my attempt to write about what happened to me getting sick three years ago and the sense of dislocation and depression and fear — terrible fear — that happened.’

In het slotnummer The Way I Feel, een volbloed road song, zingt Mary Chapin Carpenter over haar huidige gemoedstoestand. Die is, getuige de lyrics, uitmuntend te noemen. Heel anders dan in dat leidje over een denkbeeldig IJsland. Geen droeve dagen meer, geen slapeloze nachten. Ik wens het haar alvast van harte toe. En met dat plaatsje op die soundtrack komt het meer dan waarschijnlijk ook wel goed.

www.marychapincarpenter.com

www.myspace.com/marychapincarpenter

www.rounder.com


Comments are closed.