Iedereen heeft waarschijnlijk zijn eigen ideeën over waar de grens ligt tussen originaliteit, beïnvloeding en plat jatwerk. Tony McLoughlin, ik had nog nimmer van hem gehoord, valt wat mij betreft ergens tussen de eerste twee categorieën. Het scala aan gebruikte smaken roept ontegenzeggelijk referenties op naar grondleggers als Bruce Springsteen, Tom Petty, Neil Young, J.J. Cale, en zelfs iemand als Lee Clayton. De muziekliefhebber kan voor zichzelf invullen welk nummer aan welke artiest verwant is. Leuk is echter wel dat McLoughlin hier beslist zeer verdienstelijk mee weg komt, want de wijze waarmee hij zijn muziek brengt klinkt allerminst ingedut of voorspelbaar. (Iets wat ik tegenwoordig nog amper durf te zeggen van de bovengenoemde artiesten).
“Ride the Wind” is de vierde cd van deze Ier. Zijn eerste 2 albums zijn uitgebracht via Glitterhouse, waarvan de eerste ontstond onder productionele leiding van Thomm Jutz (Otis Gibbs, Mary Gauthier). In 2006 nam Tony zijn derde plaat, Tall Black Horse, op te Nashville en wederom met behulp van Thomm Jutz. Ik ken deze voorgaande platen niet, maar de laatste schijnt een meesterwerk te zijn (volgens de bijgeleverde promotionele tekst) echter schromelijk over het hoofd gezien. Ik geloof het graag, want Ride the Wind valt eveneens te omschrijven als zeer plezierig luistergenot. Een plaat die je zo in de replay kan gooien.
McLoughlin heeft drie van de tien nummers geschreven, en de overige in samenwerking met artiesten als Ben Reel, Tommy Womack, David Raines, Thomm Jutz, Frank Goodman en Sergio Webb (David Olney) Tony is een veelzijdige man, heeft veel ondernomen in zijn achterliggende leven. De groeven in zijn gezicht hebben zichtbaar sporen gelegd. Toch denk ik dat deze man zich vooral kan identificeren met de roofvogel op achterzijde van zijn hoes. Geruisloos zeilend op de thermiek boven de uitgestrekte Canyons.
(Rein van den Berg)
