
Hoewel M. Lockwood Porter uit Oklahoma minder bekend is dan staatsgenoten als John Moreland, JD McPherson en John Fullbright en vanuit het niets uit de lucht lijkt te komen vallen speelt Max in zijn tienerjaren in christelijke school metalcorebandjes, waarvan een aantal ep’s verschijnen. De liefde voor de muziek van de inmiddels in Berkeley woonachtige mid-twintiger is ooit op vijf jarige leeftijd aangewakkerd door Springsteens Born In The Usa, waarvan het cassettebandje ontelbare keren van voren naar achteren werd afgespeeld. Over een periode van twee jaar werden totaal onvoorbereid en met een bescheiden budget, samen met muziekmaatje Peter Labberton een hoeveelheid aan nummers opgenomen over angst, hoop, liefde en verlies. Diverse garageboxen, muffe kelders en sfeerrijke woonkamers vormden het decor voor de opnames van Porters debuutalbum Judah’s Gone.
Perfect klinkt het allerminst. En zo hoort het ook. De schuurmachine bleef thuis. Grillig, rafelig, ronkend of donker en breekbaar met een melancholisch streepje. Afwisselende, geraffineerde en verbeten composities. Semi-akoestisch gebracht met een lo-fi geluid. Verwijzend naar zichzelf in de derde persoon. Met fraaie zanglijntjes, intieme schoonheid, stampende folkrockers en een mooi slotakkoord in de vorm van het nummer Retraction trek je met gemak muzikale lijnen met een jonge Jeff Tweedy, Sparklehorse, Neil Young en Ryan Adams.
www.mlockwoodporter.com
(Johan Schoenmakers)