
Het nieuwe album van Kenny Anderson alias King Creosote schreef hij als omlijsting voor een BBC-documentaire over zijn geboorteland Schotland. In elf liedjes verhaalt hij over de wederwaardigheden van zijn volk waarbij hij niet schroomt ook de pijnlijke gebeurtenissen te verwerken in zijn liedteksten. De algemene muzikale opzet van dit album is welhaast pastoraal van aard en roept herinneringen op aan de muziek van Van Morrison (Veedom Fleece) en David Sylvian (Songs From The Beehive). Ook Anderson bedient zich graag van akoestische instrumenten waarbij de melodielijnen op piano, gitaar, bas en cello worden aangevuld met fraaie vioolarrangementen. Het is vooral op die momenten dat de liedjes je bij de strot grijpen en een onuitwisbare indruk nalaten.
Omdat de emotionele boog niet altijd gespannen kan staan, maakt King Creosote ter verluchtiging uitstapjes naar het vaudevilletheater (Largs), laat hij een kinderkoor aanrukken (Bluebell, Cockleshell, 123, mijn persoonlijke favoriet), exploreert hij een heuse rockband (For One Night Only) speelt hij met minimale klanken (Crystal 8s) om vervolgens uit te pakken met de onverbiddelijke festivalknaller Pauper’s Dough. Ik kan dan ook haast niet wachten de ganse festivalbevolking van ons land volgend jaar luidkeels over de velden de tekstregel te horen galmen: “Rise above the gutter you are inside”! Tot die tijd zal ik me behelpen met het met veel genoegen beluisteren van dit sympathieke album. Een productie die vanaf de stemmige accordeonklanken van het intro van openingslied Something To Believe In tot en met afsluiter A Prairie Tale de zinnen streelt.
www.kingcreosote.com
(Koos Gijsman)