
Dat muziek voor vele liefhebbers vooral een feest der herkenning is, mag als een bekend gegeven aangemerkt worden. Gelijktijdig ontleent muziek voor een deel haar aantrekkingskracht aan de scheppende kracht die het in zich meedraagt. In dat kader verblufte zangeres-liedjesschrijfster Anaïs Mitchell twee jaar geleden de muziekwereld met het album Hades. Deze folkopera die zij met een keur aan musici aan het publiek presenteerde, voegde een nieuw element toe aan de stilistisch toch al zo sterk uitdijende folkmuziek. Een dergelijk alom bewierookt album van een waardige opvolger voorzien, is geen gemakkelijke opgave. Mitchell heeft op haar jongste album Young Man In America weer gekozen voor een opzet van ‘gewone’ liedjes.
Wie vertrouwd is met de inhoud van Hades, zal echter geen probleem hebben met het herkennen van aspecten van de gelauwerde voorganger van Young Man In America. Opnieuw kruipt Anaïs in de huid van een groot aantal karakters die zij met haar exceptionele literaire kwaliteiten tot leven wekt. Het Oude Testament en de Engelse balladevorm vormen daarbij de bron waaruit zij haar lyriek put. Het maakt dit album tot een toonbeeld van de overlevingsdrang en medemenselijkheid die onze soort betekenis geeft.
Opnieuw is Anaïs in zee gegaan met Hades producer Todd Sickafoose die haar omringt heeft met de crème de la crème van de muziekscene uit Brooklyn. Fameuze instrumentalisten als gitarist Adam Levy, de drummers Kenny Wollesen en Andrew Borger, de violiste Jenny Scheinman plus de geniale Chris Thile op mandoline halen werkelijk alles uit de kast om een passende instrumentale omlijsting te produceren. Young Man In America is mede daardoor een album geworden dat aan het eind van het jaar in menig jaarlijstje zal worden opgenomen.
(Koos Gijsman)