
Negen jaar geleden, kort na haar titelloze solodebuut, hield de Amerikaanse singer-songwriter Shannon Stephens de muziekwereld voor bekeken. Te veel zakelijke verplichtingen, te veel stomvervelende vergaderingen met managers, te veel onaangename randverschijnselen. Kortom te weinig tijd om zich voor de volle honderd procent met haar muziek bezig te houden. Want dat was per slot van rekening de drijfveer om in die muziekscène te stappen.
Niet dat die wereld haar totaal vreemd was want ze had er met het collegegroepje Marzuki, een jeugdspeeltje waarvan ook Sufjan Stevens deel uitmaakte, middels twee EP’s al een beetje van gesnoept. Maar haar afkeer bleek sterk genoeg te zijn om zich terug te trekken in het wereldse Seattle waar ze een gezin stichtte en zich naar eigen zeggen bezighield met ‘doing plenty of dishes, enjoying the sensation of the warm water on her hands, and pushing her daughter on the rope swing, super-duper-high’. En tussendoor bleef ze uiterst tere en breekbare liedjes schrijven die ze zo nu en dan lanceerde op haar MySpace-pagina.
Tot Bonnie ‘Prince’ Billy in 2008 ‘I’ll Be Glad’ van Stephens coverde op zijn geestdriftig ontvangen cd ‘Lie Down In The Light’ en het balletje opnieuw begon te rollen. De mensen van indie label Asthmatic Kitty, waar Stephens’ eerste cd in het achteraf niet zo magische jaar 2000 verscheen (en die intussen opnieuw is uitgebracht in een gelimiteerde oplage), stelden voor om haar muziek wereldkundig te maken. Een voorstel waar Stephens verrassend genoeg positief op reageerde. Met als verheugend gevolg dat ‘The Beadwinner’, een album met 10 zeer sfeervol gearrangeerde ‘portretjes’ over liefde, thuis, familie en een ‘visioen van het einde van de wereld’, sinds kort beschikbaar is voor liefhebbers van zachte, troostende, enigszins sensuele fluisterstemmen (denk aan Lou Rhodes, Keren Ann, Sarah Lov).
‘The Breadwinner’, dat opgenomen werd in Shannon’s woonkamer met een doodgewone laptop en gehuurde microfoons, staat bol van de romantiek, grote gevoelens en al of niet gestilde verlangens. Het album is soms zó extreem intiem dat je je bijna een indringer voelt als je ernaar luistert. Bijna, want als je goed luistert, hoor je dat Stephens in elke song haar armen opent om haar luisteraars zachtjes te wiegen en gerust te stellen. Een beetje zoals ze de afgelopen jaren heeft gedaan met haar dochter, maar dan voorzien van muziek.
‘If the clouds cover the sky / So the daylight won’t come through / (Still) I will not ever / Get tired of lovin’ you’, belooft Shannon Stephens tijdens de slotakkoorden van dit album. Maar zoals dat wel vaker gaat in het echte leven komt ook hier het einde veel te snel.
Martin, wat een mooie liefdevolle recensie.
Ik heb tot nu toe maar één nummer van deze cd gehoord (The Dream) maar ben nu al verkocht.
The Dream goes on Forever!