
Hoewel ze al vijf albums op haar naam heeft staan die door publiek en kritiek positief zijn ontvangen (en ze ook opnam én optrad met Kat Eggleston), is de zesde cd ‘Blooming’ pas mijn eerste kennismaking met singer-songwriter en violiste Kate MacLeod uit Salt Lake City.
Wat meteen opvalt als je de album credits bekijkt: MacLeod heeft een goede neus voor getalenteerde begeleiders gehad. Want naast producer/gitarist Tim O’Brien maken ook Darrell Scott, Byron House (Pierce Pettis, Buddy Miller, Over The Rhine) en Kenny Malone (Alison Kraus, Townes Van Zandt, Tony Joe White) hun opwachting, stuk voor stuk uitmuntende muzikanten met een onmetelijke schat aan ervaring en artisticiteit.
In dat licht is het trouwens mooi om te zien hoe weinig moeite deze ‘grote jongens’ ermee hebben om twaalf nummers lang in de schaduw van Kate MacLeod te blijven. Nu is MacLeod een meer dan degelijke songschrijfster die niet bepaald gehinderd wordt door een huizenhoog ego, maar elke inspanning van de heren is erop gericht om de kwaliteit van de songs in de schijnwerpers te plaatsen en niet het eigen meesterschap. Mede daardoor is ‘Blooming’ een plezier om naar te luisteren.
De songs op deze plaat profileren zich zeer nadrukkelijk als folkpop en houden zich wat sfeer en klankkleur betreft op in de buurt van zangeressen als Nanci Griffith (‘The Day Is Mine’, ‘Riding The White Horse Home’), Tish Hinojosa (‘Blooming’) en The Roches (‘Return To Rawlings’). Een beetje braaf? Zonder twijfel. Maar ook speels, gracieus en innemend; drie kwalificaties waar niets verkeerd mee is. En die op zich perfect omschrijven wat de luisteraar mag verwachten van MacLeod’s zesde album.