
‘I grew up in the country (Massachusetts) without a TV or internet. There were so many quiet hours in the day, so many spaces between events. We have forgotten how to be alone in our thoughts. All the best work comes out of that rich stillness of waiting.’ Het lijkt op een passage uit een essay van de Amerikaanse singer-songwriter Meg Hutchinson, maar in wezen is het een beginselverklaring. Dit is mijn bakermat, hier vind ik mijn inspiratie. Gelijktijdig is het een geschikte omschrijving van haar muziek, zeker als we het over ‘The Living Side ‘ hebben, haar achtste album alweer. The rich stillness of waiting. Als je het probeert te vertalen, vervliegt de poëzie in minder dan een oogwenk.
Het klinkt misschien vreemd, maar de vredigheid van dat landschap is af en toe hoorbaar in de jazzy arrangementen, die soms tamelijk spaarzaam zijn. Een beetje zoals de streek waar Hutchinson opgroeide: uitgestrekt, sereen, zelden overvol. Die wat jazzy aanpak doet mij nu en dan denken aan Norah Jones, en ook de ingehouden frasering van Hutchinson is vaak vergelijkbaar met haar manier van zingen. Songs als ‘See Me Now’ of ‘Something Else’ hadden naar mijn smaak niet misstaan op Jones’ eerste twee cd’s. En dat bedoel ik als een compliment.
Openingstrack ‘Hard To Change’ is een zorgvuldig opgebouwde en sfeervolle song met enkele van de mooiste observaties die ik de laatste weken heb gehoord. Hutchinson beschrijft de stilstand van een stoffig stadje met tuintjes die zo keurig en klein zijn dat ze net tussen de mazen van de Amerikaanse droom kunnen vallen: ‘And all these things / Feel so hard to change / You know it used to snow here / Now it only rains.’
‘The Living Side’ bevat nog veel meer van dit soort zachtmoedige maar tegelijk ook scherpe beschouwingen. Over gewonnen of verloren liefde (‘Hopeful Things’, ‘At First It Was Fun’), over aanhoudende onrust in je ziel (‘Travel In’), over nog niet ingeloste verlangens (‘Gatekeeper’) en over hoop (‘Every Day’). Hutchinson schrijft met veel mededogen en warmte. ‘What are the words that have never been used before to describe something we all know?’ zegt ze op haar website. ‘That’s what I’m after.’
Ze zet die woorden op trage, veelal door keyboards gedragen melodieën die veel ruimte overlaten voor haar lichtjes hese stem, maar die door hun gelijkluidende ritme soms ook overhellen naar eenvormigheid. Iets meer variatie was dit album, dat al bij al toch zeer fraaie songs biedt, zonder meer ten goede gekomen en had de vele kwaliteiten die het nu al bezit nóg overtuigender kunnen laten open bloeien. Want ook de stilte van het wachten heeft een wisselende cadans.
Ik vind dit een zeer mooi album. Een prima review Martin en ik weet dat je de vergelijking met Norah Jones positief bedoelt. Alleen triest dat het tegenwoordig nodig is om dat te moeten vermelden.