Zijn grandioze negende album ‘My Walking Stick’ was nog maar net uit toen Jim Byrnes vorig voorjaar door Nederland tourde. In Paradiso kwamen slechts vijftig mensen opdagen. Ook elders waren de zalen lang niet uitverkocht. Nu hij opnieuw afdaalt naar de Lage Landen is het anders: dit keer staat de man met het gruizige, zwarte stemgeluid bijna overal voor uitverkochte zalen en dat is volkomen terecht. Een recensent omschreef vorig jaar zijn optreden in Ottersum als een muzikaal orgasme. Een feestelijk en inspirerend gebeuren was het zeker.
Jim Byrnes is een bezig baasje. Zijn jaargemiddelde is 150 concerten, maar hij heeft ook wel eens 300 optredens in een jaar verzorgd. Daarnaast was hij te zien en te horen in zo’n honderd films en tv-series, en verzorgt hij in Vancouver ook nog eens een eigen radioshow onder de veelzeggende titel Slipping into Darkness. En alsof dat niet genoeg is, is de 61-jarige Byrnes ook alvast begonnen met het schrijven van zijn memoires. In essentie is Jim Byrnes een bluesman, ook al mengt hij dit basale genre met soul en gospel. Zoals een echte bluesvertolker betaamt, kent hij het lijden uit de eerste hand. In 1972 raakte hij beide benen kwijt toen hij uitstapte om een automobilist met panne bij te staan en vervolgens omver werd gereden. Sindsdien verplaatst Byrnes zich met een ‘walking stick’, maar dit belet hem niet om zich voor honderd procent te geven.
Hij komt ook dit keer met The Sojourners naar Nederland, een gerijpt gospeltrio met stemmen die doen denken aan de gouden dagen van Sam Cooke en z’n Soul Stirrers. Byrnes neemt tevens een uitstekende band mee, die bestaat uit Geoff Hicks op drums en Keith Lowe (bekend van zijn werk met Bill Frisell) als bassist. Vorig jaar verzorgde de briljante Steve Dawson allerlei soorten gitaar, maar hij is vervangen door Paul Pigat. Dawson is een belangrijk man in het leven van Jim Byrnes: hij produceerde niet alleen de laatste drie albums maar bracht die ook uit op zijn eigen label Black Hen. “Since I first got in cahoots with Steve I found a great ally. I really feel that I’m only now discovering my true voice”, vertelde Byrnes desgevraagd. Een andere uitspraak van hem: “I’m doing everything with no end in sight.”
Het begon allemaal lang geleden in Saint Louis, “steam heat rising off the Mississippi”. Byrnes zat al heel vroeg in de muziek. “I’ve always been a musician from the time I was three years old running around in circles trying to sing along with Roy Acuff singing the Wabash Cannonball on the radio.” Hij bezocht bij voorkeur zwarte bluesclubs, waar hij vaak de enige blanke was. De eerste professionele gig was in 1964. Muziek werd steeds belangrijker. Byrnes trad met z’n vintage Gibson Hummingbird op met ondermeer Muddy Waters, John Lee Hooker, Albert Collins, Taj Mahal en Robert Cray. “If I didn’t have music I’d be mad or in jail”, verklaarde hij, terugkijkend op die tijd, in een interview met The Vancouver Sun.
Nadat Byrnes naar Canada was verhuisd, formeerde hij in 1981 zijn eerste groep, The Jim Byrnes Band, en speelde drie albums vol met blues, ook toen al voorzien van duidelijke gospelinvloeden. In 1996 werd hij voor het eerst bekroond met de Juno Award, de belangrijkste Canadese muziek prijs die hij tien jaar later opnieuw zou krijgen. We mogen ons gelukkig prijzen dat deze rasmuzikant zich opnieuw de moeite getroost om de lange tocht naar onze grazige weiden te ondernemen. Probeer alsnog een kaartje te scoren!
Tekst: Sjoerd Punter
19-3: Bluesnight Heerlen
20-3: Schouwburg Agnietenhof, Tiel
21-3: Roepaen, Ottersum
22-3: Meneer Frits, Eindhoven
23-3: Schouwburg, Gouda
24-3: Het Huis Verloren, Hoorn
26-3: Odeon De Spiegel, Zwolle



ook nog : 27 – 3 Handelsbeurs Gent (B)