
Als Amy Cook op haar vorige albums iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel dat ze americana en roots rock maakt die meer dan eens ballen van staal hebben. Of moeten we het, nu ze op haar nieuwste cd Let The Light In productionele steun krijgt van Alejandro Escovedo, hebben over cojones?
Amy Cook draait haar hand niet om voor schurende gitaren, drums als heimachines en zang die hier en daar flink uit de bocht gaat, zoals in het uiterst pompende Moonrise. En ze heeft er al evenmin moeite mee om haar nummers tot op het bot af te schrapen en zich onverbloemd bloot te geven. Dat doet ze meer dan geloofwaardig in mijn favoriete song Hotel Lights, met de goddelijke Patty Griffin als achtergrondzangeres, in I Like To Go To The Parties (waarin het lijkt alsof ze pal naast je staat met enkel haar akoestische gitaar en die verleidende stem) en in ballades als het hartverwarmende Strange Birds of het vocaal lichtjes ontsporende Let The Light In. Misschien zitten haar cojones toch vooral in dat soort nummers.

Al houd ik zeker óók van Cooks ruigere kant. Die staat namelijk garant voor stevige maar smakelijke en uitstekend beluisterbare kost als Mescaline dat de dreigende gitaren van Escovedo paart aan de valse lichtvoetigheid van het Tosca String Quartet en het rootsy I Wanna Be Your Marianne.
Met Let The Light In levert Amy Cook een bij tijden zeer weerbarstig plaatje af dat wat tijd nodig heeft om al zijn geheimen prijs te geven. Maar zodra al die verborgen kwaliteiten aan de oppervlakte komen, is het overduidelijk dat dit album haar beste werk tot nu toe bevat.