Vraag vijf liefhebbers van Kelly Joe Phelps’ muziek naar hun favoriete cd van de gitaarvirtuoos en de kans is groot dat je vijf verschillende titels opgelepeld krijgt. Een week later willen die antwoorden per geval al eens wisselen. Phelps bespeelt namelijk alle emotionele registers met evenveel vervoering en overgave zodat zijn albums altijd passen bij je bui van het moment. Naar gelang de omstandigheden gaat mijn voorkeur uit naar het uitgesponnen maar desondanks zeer intimistische livealbum Tap The Red Cane Whirlwind of Western Bell. Sinds kort hebben beide cd’s er een geduchte concurrent bij gekregen met Phelps’ nieuwste worp Brother Sinner And The Whale, een soort publiekelijke bekering en penitentie in één. Hoewel religie in mijn leven geen enkele rol van betekenis speelt, kan ik me levendig voorstellen dat anderen daar door allerlei omstandigheden wél behoefte aan hebben. Zo ook Kelly Joe Phelps, die de voorbije tijd blijkbaar door een diep dal is gegaan en daarbij steun heeft gevonden in het geloof.
Het strekt hem tot eer dat hij de verpakking van de boodschap minstens zo belangrijk vindt als de boodschap zelf. Lieden die zich laten leiden door hun pas gevonden hoop, verliezen dat namelijk wel eens uit het oog. Bij Phelps gebeurt dat, godzijdank zou ik bijna zeggen, gelukkig niet. Of de song nu Talking To Jehova, Hope In The Lord To Provide (inclusief zalige slidegitaar), Hard Time They Never Go Away of Down To The Praying Ground heet, Kelly Joe Phelps wordt nergens prekerig of drammerig. Altijd prevaleert de song of beter nog: de oprechtheid van de blues. Op Brother Sinner And The Whale blijkt ook keer op keer wat een geweldige gitarist Phelps eigenlijk is. Nooit pakt hij uit om te laten zien hoe virtuoos hij kan spelen, sterker nog, hij is een ware meester van het understatement. En juist daar ligt zijn voornaamste kracht: baden in een zee van zeggingskracht zonder daar de nadruk op te leggen. Ik hoop dat Phelps met dit album de harmonie vindt die hij zoekt.

