RSS

B.B. King: Het heilige vuur

Nee, hij is nog niet dood, maar iets in me zegt me dat ik dit eerbetoon aan B.B. King nu moet schrijven. Dat ik niet moet wachten tot het moment dat hij ‘zijn Lucille’ voor altijd zal laten zwijgen. Dat ik nu kenbaar moet maken dat hij voor mij de belangrijkste vertegenwoordiger is van de blues want dat staat voor mij buiten kijf. Het mag misschien een stuk hipper zijn om te kiezen voor een rauwere dan wel obscuurdere exponent van de blues, ik zou mezelf logenstraffen als ik niet Riley ‘Blues Boy’ King het voetstuk zou bieden waarop hij natuurlijk ook gewoon recht heeft. En ja hoor, ik ben het zelfs met de critici eens dat B.B. King beperkt is in zijn spel. Hij kan geen slaggitaar spelen en slidegitaar, zoals zijn oom Bukka White, lukt hem ook voor geen meter. Maar so what? B.B. King weet wel in één noot meer gevoel te leggen dan anderen in honderd en die virtuositeit menen te moeten afmeten aan de kwantiteit van de gespeelde noten. Nee, B.B.’s spel is andere koek. B.B. zweeft boven het arrangement, geeft met zijn altijd herkenbare linkerhand vibrato de juiste accenten en doet dat met zoveel gevoel dat je juist daarin de hand van de meester kunt herkennen.

Riley King groeide op op een katoenplantage in Mississippi en sloeg in de cottage van zijn moeder twee spijkers in een houten paal waartussen hij een ijzeren draad spande en uren achter elkaar op speelde. Dat gegeven vind ik dus fantastisch, hè? De kleine jongen die uit die ene draad muziek probeert te krijgen terwijl de geschiedenis leert dat die knaap zou uitgroeien tot één van de allerbelangrijkste naoorlogse bluesartiesten. In de jaren 50 had de vanuit Memphis opererende King verbazend snel zijn typerende stijl te pakken en rees zijn ster enorm. Zo sterk dat zijn invloed in andere bluessteden dusdanig groot werd dat de typerende stijlen van deze steden steeds meer gingen vervagen. Als je in de gelukkige omstandigheid bent om in het bezit te zijn van de 4cd bluesbox van het Chess label dan is het vierde schijfje (de jaren 60) het onmiskenbare bewijs van die stelling. Maar de jaren 60 was een decennium van verandering, Het was het decennium van “een droom”, hoop en bewustwording. De zwarte jeugd begon blues met slavenmuziek te associëren en de blueszanger werd plots een stuk minder populair. En B.B. King was daarop geen uitzondering.

Maar daar waar hij een deel van het zwarte publiek (tijdelijk) verloor, werd hij omarmd door muziek minnende blanken. In 1968 stapte een verbaasde en ongemakkelijk voelende B.B. King het podium op van het Fillmore West Festival. Ongemakkelijk omdat hij nagenoeg voor een geheel blank publiek stond. Nadat hij was voorgesteld, stond iedereen rechtovereind en kreeg hij een staande ovatie. De tranen liepen hem over de wangen. De jongen van de plantage, die als kleine jongen met die in die houten paal gespannen draad zat te klooien, keek in de gezichten van duizenden blanken waar het respect en waardering vanaf spatte. Het blanke publiek heeft hem nooit meer losgelaten. Critici willen nog wel eens roepen dat na de jaren 60 het heilige vuur bij King langzaam begon te doven en hij zijn artistieke hoogtepunt wel had gehad. Voor dat laatste valt iets te zeggen hoewel hij af en toe zeker nog met een bijzonder fraaie plaat op de proppen kwam. Het veronderstelde gedoofde vuur in gewoon gelul. Jaar in, jaar huis hees B.B. King, meer dan 250 keer per jaar, zijn lijf de planken op. Als dat geen heilig vuur is dan weet ik het niet meer.

En dan is er tenslotte nog dat jaartal… 1925. Het jaar waarin hij en mijn vader zijn geboren. Vreemd, maar daar heb ik altijd een koppeling tussen gelegd, zeker na het overlijden van mijn vader. Voer voor psychologen misschien en als je het per se wilt verklaren: doe je best maar. Het is zoals het is en ik ga daar verder ook niet sentimenteel of dramatisch over doen. Soms kun je vrede hebben met bepaalde zaken in het leven. Zelfs met de dood. Toch leg ik wel nog steeds die koppeling tussen beide mannen qua leeftijd. Mijn vader werd 68 jaar oud. B.B. is nu 88. Zolang B.B. ademt heb ik het gevoel en het besef dat mijn vader nog had kunnen leven. Als B.B. King ooit sterft, zal ik die gedachte definitief begraven. Nu het zo angstvallig stil is geworden rond onze bluesman wordt King’s sterfelijkheid voor mij een stuk tastbaarder. Ik heb laatst die bijzonder mooie afscheidsplaat One Kind Favor nog eens gedraaid. Een prachtig afscheid van die kleine jongen, Riley King, die uiteindelijk uitgroeide tot de “King of the Blues”. Die man uit het jaar 1925.

Long may you run B.B., long may you run…

(Ed Muitjens)


0 Comments Add Yours ↓

  1. Hans Jansen #
    1

    Mooi Ed.