Adam Cohen – Like A Man

Kinderen van beroemde vaders. Het blijkt maar al te vaak een heikele kwestie. Zeker als deze relatie zich afspeelt in het milieu van de populaire muziek. Wanneer de desbetreffende zoon in het openingslied van het album Like A Man dan ook nog omstandig uitlegt dat hij moeite heeft met opstaan, gaan alle alarmbellen rinkelen en doemt het clichébeeld op van het zoveelste verwende nest. Dat nu is onterecht. Allereerst heeft Adam een aangenaam stemgeluid dat qua intonatie weliswaar de herinnering aan pa Cohen in leven roept, maar qua reikwijdte royaler van klankkleur is. Liedjesschrijven gaat hem ook goed af, al is hij op dat vlak tekstueel beduidend luchthartiger van aard dan zijn vader. Mij stoort dat niet want de sympathieke instrumentale inkleuring met nadruk op gitaargetokkel en strijkersgeruis zorgt voor een relaxte sfeer die aangenaam aanvoelt. Adam Cohen heeft met Like A Man een album afgeleverd waar de familie trots op kan zijn.
Chloe & Silas – Spring Hill

Na jarenlange omzwervingen langs het Australische folkclubcircuit en drie soloalbums zoekt Chloe Hall nu het gezelschap van violist Silas Palmer. Spring Hill is een duidelijke stap voorwaarts ten opzichte van voorgangers White Sky (2000), White Street (2005) en Outside (2009). Dit album is duidelijk gericht op de Europese markt waarvoor poppy elementen zijn toegevoegd aan het van oorsprong traditionele folkkader van haar vorige albums. Kwaad kan dat zeker niet want de door Chloe geschreven liedjes overtuigen volledig. Ze verstaat de kunst alledaagse gebeurtenissen te verheffen tot liedjes die poëtisch van aard zijn maar nergens verzanden in vage toestanden. Gevat in fraaie akoestische kaders vormt Chloe’s sympathieke stemgeluid de kern van een repertoire waaraan liefhebbers van folkpop veel plezier zullen beleven
Gregory Page – My True Love

Terwijl zijn hippiemoeder als muzikante bezig was zichzelf en de wereld te ontdekken, leerde de kleine Gregory de muziek van zijn grootvader kennen. Een ervaring die zijn eigen muzikale en psychologische opmaak voor altijd heeft bepaald. De aan de Westkust van Amerika opererende zanger/liedjesschrijver heeft stilistisch in het midden van de jaren vijftig een streep getrokken. Zijn liedjes zijn zo retro als het maar kan, maar wie die stap terug in de tijd durft te zetten, wacht een unieke luisterervaring. De onweerstaanbaar lekker in het gehoor liggende liedjes zouden hem in een ander tijdsgewricht ongetwijfeld tot een van de grote componisten van zijn tijd hebben gemaakt. Bijgestaan door een selectief gezelschap instrumentalisten van het hoogste allooi weet hij ook op zijn jongste album My True Love de luisteraar onder te dompelen in een sfeervol geheel waar de romantiek vanaf druipt.
John Wesley Harding – The Sound Of His Own Voice

John Wesley Harding is het alter ego van Engelsman Wesley Stace. Naast een negentien albums omvattend oeuvre is hij tevens onder eigen naam bekend als schrijver van drie alom geroemde boeken die vertaald zijn in diverse talen (o.a. Hebreeuws, Chinees en Japans). Opgenomen in Portland, Oregon is zijn jongste album het toonbeeld van een toegankelijk album. Aan hulpkrachten heeft het hem op dit album zeker niet ontbroken. Naast de complete bezetting van The Decemberists schoven Peter Buck (R.E.M.), Rosanne Cash en Laura Veirs aan om hun bijdrage te leveren. De ambachtelijke liedjes op dit album happen heerlijk weg waarbij de vaak uiterst komische liedteksten voor een welkome aanvulling zorgen. De gehanteerde stijlvormen vinden hun oorsprong in de britpop en de americana. De revolutie wordt op dit album niet gepredikt, maar liefhebbers van het betere poplied zitten met dit sympathieke album op de eerste rij.
(Koos Gijsman)